is toegevoegd aan uw favorieten.

Een Rus te Delfzijl

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r

«Pijlen?» vroeg Wasi verwonderd, «en die hebben

we laatst gemaakt van rietstengels met een dopje

vat} een vliertakje er op!»

«Jawel, dat is zoo,» was 't antwoord, «maar dat

waren pijlen voor de «flitse-boog»; kijk, daar hangt de jouwe nog! l) Maar ik bedoel nu andere: pijlen, die we weg kunnen schieten met een zweep! Laten we Geert vragen, of we ieder een blokje mogen hebben en een mes gebruiken.»

Geert vond het best; «maar,» zei hij, «als je dan straks schieten gaat, pas dan op voor ongelukken!»

Weldra zaten de jongens nu opnieuw in de werkplaats, druk bezig met snijden. Met Geert's scherp mes had Jan in een half uurtje den eersten pijl klaar: ongeveer twee palm was die lang, het dikke boveneind in een punt uitloopend; het ondereind, breed gehouden, was zoo dun mogelijk afgesneden, zoodat dit verreweg het lichtste was.

«Moet je het touw van 't zweepje daar nu om

binden?» vroeg Wasi.

«Weineen, man; dan bleef de pijl er immers aan

hangen in plaats van omhoog te gaan! Kijk, je

maakt er hier, zoowat in 't midden, een keepje in,

en daar wordt het touwtje dóór gehaald tot aan 't

knoopje, dat aan 't eind zit ... Och, Geert, mag

ik een eindje pikdraad?»

i) Een „flitse-boog" is een gebogen wilgetak, door een touwtje krom gehouden.