is toegevoegd aan uw favorieten.

Een Rus te Delfzijl

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XXII. Wasi durft.

Niet lang vermaakten de jongens zich op de Venne, hoewel Wasi al spoedig even goed den slag te pakken had als Jan. En de pijlen snorden naar boven, zeker hooger nog dan de dikke toren, waar de kraaien omheen zwermden, onrustig als voorspelden ze storm.

«Willen we eens op die torenka's gaan schieten ?» vroeg Jan.

«Jawel,» antwoordde Wasi; «maar is 't daar bij den toren niet te gevaarlijk ? Als we daar een ongeluk krijgen, zou 't misschien erger wezen dan bij Geert.»

Dat moest Jan toestemmen en bij nader inzien vonden ze het beiden maar beter om de vogels met rust te laten: aan zoo'n doode torenka had je toch ook niets, en je zoudt er bovendien nog spijt van hebben, dat je iets gedaan hadt, dat niet goed was. Maar het schieten in de lucht voldeed hun nu toch niet meer: er was zoo weinig afwisseling in het spel; en ze wisten al lang, dat de pijl van Wasi hooger en verder ging dan die van Jan, zeker omdat