is toegevoegd aan uw favorieten.

Een Rus te Delfzijl

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zijn vriend het enkel maar zei om hem wat op te monteren. Bovendien: 't is al zoo vaak gezegd....»

«Neen, 't is heusch waar: vader zei 't ook; hij heeft gisteren avond voor hij thuis kwam een der parlementairs uit 'n Dam gesproken; t was een kennis van hem: een zoon van koopman Keyzer uit de Waterstraat. Vader meent, dat Maufroi wel tot de overgave bereid zou zijn, als hij maar de zekerheid had, dat waar is, wat men beweert, dat n.1. de Keizer alles verloren en niets meer te zeggen heeft.»

«Men kan hem dan toch kranten laten lezen, daar zal toch genoeg in staan, net als in die van laatst!»

«Ja zeker, en dat doet men ook wel; maar hij zegt de krantenberichten niet te vertrouwen: hij wil zekerheid hebben en wacht tijding van zijn chefs.»

«En als die chefs nu eens gevangen genomen of afgezet zijn, of als ze in de onmogelijkheid verkeeren hem eenig bericht of bevel te doen toekomen, dan zou men hem kunnen vergeten, en Delfzijl bleef voor altijd een stukje Frankrijk!»

«Neen, neen, dat zal wel niet gebeuren,» lachte Jan, «hij houdt het in geen geval lang meer vol: weet je, dat 't rantsoen vleesch der soldaten in de kazerne al weer verminderd is ? En voor de paarden is er ook haast geen voer meer: er is sprake van, dat men er enkele zal slachten en opeten....»

«Och kom! paardevleesch eten?»

«Nu, is dat zoo'n wonder: in tijden van hongers-