is toegevoegd aan uw favorieten.

Een Rus te Delfzijl

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Neen,» antwoordde Wasi, «dat ben ik niet; maar als 't op durven aankomt, doe ik voor jou niet en voor niemand onder.»

«Nu, vooruit dan!» kwam Jan.

«Wacht nog even,» hernam Wasi en drukte Jan's rechterarm, dien hij al opgeheven had, neer, «wacht nog even: waarvoor zullen we 't eigenlijk doen? 't Zou toch kunnen gebeuren, dat ze ons wel doorlieten om daarna de poort voor onzen neus gesloten te houden: hier staan Zwitsers en die zijn zoo onverschillig mogelijk. En als we daar moesten blijven, al was 't maar tot van avond, wat zou Geert en wat zouden je moeder en vader ongerust zijn...

Maar ik durf wel!»

«En ik wil ook wel,» vervolgde hij een oogenblik later, «maar dan gaan we verder, dan gaan we naar Farmsum, naar moeder Jantje om te vragen, of ze teruo-komt. — Doe je t? Toe, misschien brengen

we haar mee.»

«Daar zeg je zoo wat,» antwoordde Jan. «Zou ze willen? En komen we er in, als ze meekomt?»

«Dat weet ik natuurlijk ook niet; maar laat ons 't eens probeeren, en dan hebben we het tenminste

niet voor niets gewaagd!»

En zonder van Jan verder een bewijs van instemming af te wachten schoot hij rrt! zijn pijl over de gracht, die aan den overkant op den berm van den weg, die daar een bocht maakte, neerkwam.

«Wil je wel eens gauw maken, dat je weg komt,