is toegevoegd aan uw favorieten.

Een Rus te Delfzijl

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en groene zeep, zoodat ze glommen als eikels, toen ze terugkwamen.

Vrouw Van Dijk had inmiddels van haar kleeren een pakje gemaakt en nog een ander van wat lijfgoed der kinderen. Toen ze dan ook haar blinkend oorijzer en de kinderen een wollen kaper had opgezet, waren ze klaar. Jan en Wasi, ieder een doek met kleeren onder den arm, stonden al voor de deur.

De beide vrouwen namen afscheid, kort maar hartelijk, zooals eenvoudige menschen dat doen: zonder veel woorden had moeder Jantje bedankt, en vrouw Weering hield zich overtuigd van haar bereidwilligheid tot het bewijzen van wederdienst, ook zonder dat 't in woorden was uitgesproken.

Daar stapten ze 't tuinhekje door, den weg op. De kleine kinderen met haar korte beentjes en moeder Jantje, die ze bij de hand hield, hadden moeite om de jongens bij te houden. En dezen hadden het land, dat de vrouw bijna om het andere huis bleef staan om een nieuwsgierig buiten de deur komenden kennis goedendag te zeggen en daarna tekst en uitleg te geven van haar vertrek. Ze kon niet langer blijven, heette het telkens: Geert en Wasi, haar pleegkind, konden haar niet langer missen. En hier was haar werk afgeloopen. Ze hoopte dat ze binnen zouden komen: de jongens waren immers ook ongehinderd buiten de poort geraakt!

Dezen waren daar echter nog niet zoo gerust op.