is toegevoegd aan uw favorieten.

Een Rus te Delfzijl

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

poortdeuren onmiddellijk geopend en Wasi en Jan kwamen vlugger binnen dan ze hadden durven hopen!

De soldaten reden de Marktstraat door en regelrecht naar het Kommandantshuis. Piet Vos en andere jongens op straat keken met jaloersche blikken naar onze vrienden, die daar zoo maar of 't niets was bij een soldaat op een paard mochten zitten. Als ze eens geweten hadden, dat het alles behalve een pleizierritje was!

Vóór 't kwartier van den Kommandant werd afgestegen en dezen werd gerapporteerd, dat er twee jongens waren gepakt, die vrij zeker verradersdiensten wilden verrichten door voor anderen een boodschap naar den vijand over te brengen.

Dat was iets ongewoons,' en heel spoedig werden de gevangenen in 't vertrek gebracht waar kolonel Maufroi en zijn rechterhand, luitenant Monthu, zaten te werken.

«Wel heb ik van mijn leven!» viel deze uit, door zijn groote verbazing voor een oogenblik vergetend, dat hij te zwijgen had als zijn chef nog niet had gesproken, «jullie verraders?»

«Adjudant, ken je ze?» vroeg de Kommandant.

«Om u te dienen, kolonel, en u kent ze ook: onzen Wasi en den zoon van dokter Pontier. — Er is natuurlijk een misverstand in 't spel.»

Wasi, die evenals Jan met een hoogroode kleur binnen getreden was, zich schamend als gevangene