is toegevoegd aan uw favorieten.

Een Rus te Delfzijl

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dagen ligt zijn schip stil en hij is eens weer eenigen tijd rustig thuis, d. w. z. hij eet en hij slaapt daar; doch overdag is hij meestal te vinden aan de sluis, de gewone verzamelplaats van schippers en allen, die niets te doen hebben, en waar de vragen van den dag besproken worden. Ook nu, en een wirwar van geluiden is 't bewijs van een druk discours.

Opeens echter verstommen de gesprekken, en de blikken van de aanwezigen, die anders bij voorkeur over 't water turen, richten zich naar den kant van Farmsum, vanwaar twee rijtuigen naderen, 't Zijn geen gewone wagens: zoo uit de verte zou je zeggen, dat 't de statie-koetsen waren, waarin eenige jaren geleden koning Willem I met zijn gevolg arriveerde. Ook tal van jongens hebben de rijtuigen zien aankomen en staan langs den weg de koetsen af te wachten.

Kijk nu dien eenen jongen eens! Wat een deugniet: daar staat hij te zwaaien met zijn hengel, alsof hij de paarden aan 't schrikken wil brengen!

Daar heb je 't al! De schichtige dieren steigeren en springen; — ze zijn niet meer te houden ' — Daar slaan ze op hol; — zoo meteen gaat het regelrecht de gracht in ... Ook schipper Van Dijk ziet 't gevaar, hij trekt vlug een handspaak uit den windas der sluis, vliegt onbevreesd den weg op en — brengt de hollende dieren tot stilstand!

In enkele oogenblikken heeft zich dit alles afgespeeld.