is toegevoegd aan uw favorieten.

De hut van oom Tom

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wel, ik was verplicht om hem duidelijk te doen verstaan, dat ik enkele van mijn kleederen voor mijn bijzonder gebruik verlangde te houden; ook schreef ik hem een zekere hoeveelheid reukwater ten zijnen gebruike voor, en was zelfs zoo wreed om hem niet meer dan een dozijn van mijn beste zakdoeken te vergunnen. Dolph was daarover niet weinig boos, en ik moest als een vader met hem spreken om hem weder tot bedaren te brengen."

„O, St. Clare, wanneer zal je toch met je bedienden verstandig leeren omgaan? Het is een schande, dat ge zoo toegeeflijk jegens hen zijt!" zuchtte Marie.

„Welnu, wat is er aan gelegen, dat die arme jongen behoefte gevoelt om aan zijn meester gelijk te zijn? En wanneer ik hem geen betere opvoeding heb gegeven, dan om zijn hoogste geluk en zaligheid in reukwater en zakdoeken te vinden, waarom zou ik hem die dan niet geven?"

„En waarom heb je hem dan op die wijze grootgebracht?" vroeg miss Ophelia op stouten en onderzoekenden toon.

„Het was te veel moeite, lieve nicht, te veel moeite, en de schuld van onze traagheid, die alleen meer zielen bederft dan gij zoudt kunnen redden. Waarlijk, geloof mij, indien ik zoo traag niet was, dan zou ik werkelijk een engel zijn. Ik begin haast te gelooven, dat je goede dokter Botherein in Vermont gelijk had, toen hij de traagheid een wortel van alle kwaad noemde. Waarlijk, het is een ontzettende gedachte."

„En ik geloof dat gij slavenhouders een ontzettende verantwoording op u laadt," zeide miss Ophelia. „Ik wilde voor geen duizend werelden, dat ik die moest dragen. C4ij behoort uwe slaven op te voeden en te behandelen als uw medemenschen, van welke gij voor Gods rechterstoel rekenschap zult moeten geven. Dat is mijn gevoelen," verklaarde de goede dame, terwijl zij lucht gaf aan den stroom van haar drift, die zich gedurende den morgen in haar gemoed had opgehoopt.

„Ei wat, ei wat," zeide St. Clare, haastig opstaande, „hoe kunt gij over ons oordeelen?" En met deze woorden trad hij op de piano toe, om een vroolijke aria te spelen. St. Clare had een bijzonderen smaak voor muziek. Zijn hand was vlug en vast, en zijn vingers gleden met de snelheid van een vogel over de toetsen, zonder dat hij een enkelen misgreep deed. Hij speelde het eene stuk na het andere als iemand, die zich met geweld dooide muziek in een vroolijk humeur zoekt te brengen. Na de muziek ter zijde geschoven te hebben, stond hij op en zeide met een levendige stem: „wel, beste nicht, je hebt ons een goede les gegeven, en je plicht gedaan, wat, dunkt mij, zooveel te beter voor je zelve is. Ik twijfel er op geenerlei wijze aan, of je hebt mij een zeer harde waarheid naar het hoofd geworpen,