is toegevoegd aan uw favorieten.

De hut van oom Tom

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwmodischen kookkachel te doen verruilen. Al zijn praten, al zijn voorstellingen waren van geenerlei uitwerking. Dinah was met onwrikbare kracht aan het oude gehecht en kon zich maar niet verbeelden, dat het

niéuwe goed zou kunnen zijn.

Toen St. Clare voor de eerste maal uit de noordelijke streken was teruggekeerd en hij nog den indruk gevoelde, teweeggebracht door het opmerken van de orde en regelmatigheid, welke in de huishouding van zijn oom, en daar vooral in de bezigheden van de keuken heerschte. had hij zijn eigen keuken voorzien met een heirleger van kasten, kisten, ladetafels en andere toestellen, ten einde daardoor orde en regel te bevorderen en Dinah haar taak zoo licht mogelijk te maken; doch hij had die dingen even goed voor een ekster of een eekhoorntje kunnen aanschaffen. Hoe meer laden en kasten en vakken er waren, hoe meer geheime bergplaatsen

Dinah ten dienste stonden voor de oude vodden, haarkammen, oude schoenen,

linten, weggeworpen kunstmatige bloemen en andere dingen van soortgelijken aard, waarop zij hoogen prijs stelde.

Toen miss Ophelia de keuken binnentrad, stond Dinah niet op, maar rookte met een verheven kalmte voort, en hoewel zij al haar bewegingen van ter zijde gadesloeg, scheen zij zicli slechts bezig te houden met de

werkzaamheden, van welke zij omringd was.

Miss Ophelia maakte een begin met het optrekken van eenige schuit

laden.

„Waarvoor dient die lade, Dinah?"

„Die is zoo handig om het een en ander in weg te bergen, missis, antwoordde Dinah. En dit scheen ook werkelijk het geval te zijn. Uit het mengelmoes, dat er in verborgen was, haalde miss Ophelia eerst een fijn damasten tafelkleed te voorschijn, dat geheel met bloed bevlekt was, en alle sporen droeg, dat er een stuk rauw vleesch in gewikkeld was geweest. „Wat is dit, Dinah? Wikkelt ge het vleesch in de beste tafelkleeden

van uw meesteres?"

„Och, Heer neen. missis; de handdoeken en servetten waien alle in

gebruik, én zoo viel mij dit laken toevallig in handen. Ik heb het voor de wasch hier gehouden en daarom in die lade neergelegd.

„Zorgeloosheid!" zeide miss Ophelia bij zich zelve, en voortvarende met haar onderzoek van de schuiflade, waar zij een muskaatrasp en een paai noten vond, benevens een gezangboek, een paar morsige handdoeken, eenig garen en breiwerk, een zakje met tabak en een pijp, een notenkraker, een paar vergulde porseleinen schoteltjes met wat poinade, een of twee oude schoenen, een stuk flanel, waarin eenige kleine witte uien verborgen waren, verscheidene damasten servetten, ruwe schoteldoeken, eenig stopgaren met