is toegevoegd aan uw favorieten.

De hut van oom Tom

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekwetst; veeleer scheen die tegenstrijdigheid hen nog veel nauwer met

elkander te vereenigen.

Henrique, Alfreds oudste zoon. was een fiere knaap met donkere, vurige oogen, vol leven en geest, en van het eerste oogenblik af, dat hij op de villa was gekomen, scheen hij geheel en al betooverd te zijn door de bevalligheden en de beminnelijke hoedanigheden van zijn nicht Evangeline.

Eva had een kleine, vlugge hit, zoo wit als sneeuw. Hij was tam als een schaap en in het berijden zoo gemakkelijk als een wieg en even schoon als zijn jonge meesteres. Deze hit werd nu door Tom naar de achterste veranda geleid, terwijl een Mulatsche jongen van omstreeks dertien jaren een klein, zwart Arabisch paard voorbracht, dat eerst onlangs tegen een hoogen prijs voor Henrique was aangekocht.

Henrique was, zooals iedere andere jongen ook zou zijn geweest, zeei trotsch op zijn nieuwe bezitting, en terwijl hij voorwaarts trad en de teugels zijn kleinen stalknecht uit de handen nam, beschouwde hij het paard van alle zijden, zag vervolgens den jongen aan, en zijn gelaat begon te \eiduisteren.

„Wat is dat, Dodo? riep hij uit. Kleine, luie hond, heb je dezen morgen

mijn paard niet geroskamd?

„Ja, masser," antwoordde Dodo onderworpen; „dat stof is er van zeil

weder op gekomen!"

„Houd je mond, deugniet!" snauwde Henrique, heftig zijn rijzweep opheffende. „Hoe durf je nog een woord spreken ?'

De jongen was een bevallige Mulat met heldere oogen en van dezelfde grootte als Henrique, terwijl donkere, krullende lokken hem om het hooge. stoute voorhoofd golfden. Zijne wangen gloeiden en zijn oogen fonkelden van een toornige aandoening, terwijl hij trachtte te spieken.

„Masser Henrique!" .... begon hij.

Henrique sloeg hem met zijn rijzweep in het aangezicht, en na hem vervolgens bij den arm gevat en gedwongen te hebben, zich op de knieën te werpen, kastijdde hij hem, totdat hij er buiten adem van was.

„Ziedaar, vermetele hond!" zeide hij, „zal je nu eindelijk leeren, niet tegen te spreken, wanneer ik iets tot je zeg? Breng het paard weer weg en maak het schoon, zooals het behoort. Ik zal je leeren er aan te denken

wat je bent!"

„Jonge masser," zeide Tom. „ik geloof, dat hij zeggen wilde, de jongen, dat het paard gestruikeld is, toen hij het uit den stal gehaald had; het dier is zoo vurig, en daarvan komt het, dat het weder bemorst was; ik heb gezien hoe hij het geroskamd heeft."

„Houd den mond totdat men je iets vraagt," duwde Henrique hem toe,