is toegevoegd aan uw favorieten.

De hut van oom Tom

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij als 't ware daglicht en zonneschijn was. Zij koesterde een onbepaalden wensch, om iets goeds voor hen te doen; zij wilde met alleen zoo gaarne hen redden en zegenen, maar ook allen, die zich met hen in denzelfden toestand bevonden ; en dit was een wensch, die op eene treurige wijze streed met het gevoel van haar eigen zwakke krachten.

„Oom Tom!" zeide zy op zekeren dag, toen zij haar trouwen \ i iend voorlas, „nu begrijp ik het, waarom de Heer Jezus voor ons wilde sterven.

„Waarom dan miss Eva?"

„Omdat ik dit zoo gevoel."

„Wat meen je, miss Eva? Ik begrijp je niet."

„Ik kan het je niet zeggen. Tom: maar toen ik die arme menschen op de boot zag, waar wij elkander leerden kennen, zag ik, dat sommigen hun moeders en anderen haar echtgenooten hadden verloren, en sommige moeders schreiden om haar kleine kinderen, en later hoorde ik de geschiedenis der ongelukkige Prue - was die niet vreeselijk ? En nog zoo veel andere malen gevoelde ik, dat ik blijde zou wezen, wanneer ik sterven ging, indien mijn dood maar een einde aan hun ellende maakte. Ik zou gaarne voor hen sterven, indien ik konde, Tom," zeide Eva ernstig, terwijl

zij haar kleine hand op de zijne legde.

Tom zag het kind met stomme verbazing aan, en toen zij bij het hooren van de stem haars vaders wegsloop, wischte hij zijn oogen verscheidene malen af, en staarde haar na, zoolang hij haar kon zien.

„Het zal niet baten, of men al beproeft om miss Eva hier te houden, zeide hij tot Mammy, toen hij die een oogenblik later ontmoette; „de Heei

heeft haar aan 't voorhoofd geteekend."

„Ach. ja, ja!" antwoordde Mammy, haar handen vouwende, „ik heb dat altijd" gezegd.' Zij was nooit van haar leven zooals andere kinderen; er was iets zoo buitengewoons in haar oogen. Ik heb het missis zoo dikwijls gezegd, dat het zoover zou komen - wij zien het nu allen — klein, dierbaar gezegend lam!"

Eva trippelde de trap van de veranda op, om naar haar vader te gaan. Het was laat in den namiddag en de stralen der zon vormden een soort van lichtkrans om haar heen, toen zij daar heen zweelde in haar wit ge waad, met haar gouden lokken en bloeiende wangen, terwijl haar oogen op een onnatuurlijke wijze schitterden, een gevolg van de sluipende koorts,

die in haar aderen brandde.

St Clare had haar geroepen om haar een beeldje te toonen, dat hij voor haar gekocht had; maar haar gelaat maakte bij haar verschijning een plotselingen en pijnlijken indruk op hem. Er bestaat een soort van schoonheid, zoo vergeven, maar toch zoo broos, dat men het gezicht daarvan niet kan

9

OOM TOM.