is toegevoegd aan uw favorieten.

De hut van oom Tom

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O, miss Eva, ik heb het beproefd!" zeide Topsy ernstig; „maar Heer, het is zoo moeielijk om goed te zijn! Ik geloof, dat ik het niet zal kunnen wezen."

„Jezus weet het, Topsy, en Hij heeft medelijden met je en zal je helpen."

Topsy, die haar gelaat met haar boezelaar bedekt hield, werd zwijgende door miss Ophelia uit het vertrek geleid; maar terwijl zij heenging, verborg zij de onschatbare haarlok in haar boezem.

Nadat allen zich verwijderd hadden, sloot miss Ophelia de deur. Die waardige vrouw had vele stille tranen gedurende dat tooneel geweend, maar de bezorgdheid voor de gevolgen, welke het voorgevallene voor haar kweekelinge zou kunnen hebben, deed haar haar eigen gewaarwordingen bedwingen.

St. Clare had gedurende al den tijd, waarin dit alles voorviel, met de handen voor de oogen gezeten, zonder een oogenblik van houding te veranderen. Ook nog nadat allen waren heengegaan, bleef hij zoo zitten.

„Papa!" zeide Eva vriendelijk, terwijl zij haar hand op de zijne legde.

Huiverend schrikte hij op, maar hij antwoordde niet.

„Lieve papa!" hernam Eva.

„Ik kan, ik kan het niet verdragen of uithouden ["jammerde St. Clare, opstaande. „De Almachtige heeft zeer hard en bitter met mij gehandeld!" En hij sprak deze woorden inderdaad op een zeer bitteren toon uit.

„Augustin, heeft C-fod het recht niet, om met zijn eigendom te handelen, zooals Hem goeddunkt?" vroeg miss Ophelia ernstig.

„Dat moge waar zijn, maar daarom is het niet minder zwaar om er in te berusten," antwoordde hij op een drogen, harden, gedwongen toon, terwijl

hij zich ter zijde afwendde.

„Papa, het hart breekt mij om uwentwil!" zeide Eva, terwijl zij opstond en zich in zijn armen wierp ; „u moet zoo niet spreken, zulk een gevoel niet koesteren!" En het kind snikte en weende met een heftigheid, die allen verontrustte, en waardoor haars vaders gedachten op een ander punt werden gericht.

„Bedaar, liefste, beste Eva, bedaar!" zeide hij eindelijk kalmer. „Ik weet, dat ik onrecht deed, dat het niet goed van mij was. Ik wil anders spreken en anders denken en gevoelen; maar verontrust je zelve over mij niet - schrei niet zoo. Ik zal onderworpen wezen; het was, ik beken het,

goddeloos van mij, zoo te spreken."

Eva lag weldra als een vermoeide duif afgemat in haars vaders armen, en terwijl hij zich over haar heenboog, sprak hij haar ieder teedei en vertroostend woord toe, dat hij slechts kon bedenken.

OOM tom