is toegevoegd aan je favorieten.

De hut van oom Tom

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoelde zich thans van alles beroofd en verstoken. Z« weende dag en nacht en was bij de grootheid harer smart minder zorgvuldig en ijverig dan gewoonlijk in den dienst harer meesteres, en stelde daardoor haar weerloos hoofd bestendig bloot aan een geweldigen storm van verwijtingen en be-

™Ophelia gevoelde insgelijks het verlies; maar het droeg in haar goed en eerlijk hart vruchten voor het eeuwige leven. Zij was zachter, vriendelijker in haar woorden, en schoon nog evenzeer gehecht aan de nauwgezetste vervulling harer plichten, handelde zij met meerdere kalmte met meer kieschheid van gevoel, als iemand, die niet vruchteloos met de inspraken van zijn hart te rade gaat. Zij was ijverig bij het onderwijzen van Topsy; zij oefende haar meer in het lezen van den Bijbel; zij deinsde niet meer voor haar aanraking terug, en betoonde geen kwalyk onderdrukten afkeer meer, omdat zij dien niet langer gevoelde. Zij beschouwde haai nu uit het zachtere oogpunt, dat Eva's hand haar het eerst had aangewezen, en zag ook in haar een onsterfelijk wezen, 'twelk God bestemd had om door haar tot deugd en heerlijkheid geleid te worden. Topsy werd met op eens een heilige; maar het leven en sterven van Eva had zichtbaar een krachtige werking ten goede op haar gehad en een geheele verandering bij haar doen ontstaan. Haar vroegere onverschilligheid was verdwenen - zij betoonde meer gevoel, meer hoop, meer streven meer begeerte om goed te worden - alles nog wel ongeregeld, zwak en afgebroken, maai toch

veralles van een nieuwd inwendig leven getuigende.

Toen miss Ophelia op zekeren dag om Topsy had gezonden, kwam deze haastig binnen en verborg op datzelfde oogenblik ietsin haar boezem. _

Wat doe je daar? Ik durf wedden, dat je weder iets gestolen hebt, zeide de kleine, vinnige Rosa, die haar geroepen had, terwijl zij haai in

hetzelfde oogenblik op een ruwe wijze bij den ann vatte.

Laat mij gaan, missis Rosa!" antwoordde Topsy, het meisje ter zijde

stootende, „wat hebt gij toch altijd met mij te maken?"

O jij slecht schepsel!" hernam Rosa. „Ik heb je iets zien verbergen ik ken'je streken!" En Rosa greep haar andermaal bij den arm en trachtte haar in den boezem te grijpen, terwijl Topsy, driftig en woedend geworden door deze aanranding, met alle kracht haar vermeende rechten verdedigde. Het rumoer en de verwarring brachten beiden, miss Ophelia en St. Claie,

naar de plaats van den stiijd.

„Zij heeft gestolen'." riep Rosa uit. , _ „ , .»

„Neen, ik heb niet gestolen!" antwoordde Topsy, trillende van drift,

en met de overtuiging der onschuld.

„Geef het mij. wat het moge wezen,"zeide miss Ophelia, op vasten toon.