is toegevoegd aan je favorieten.

De hut van oom Tom

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En dan bovendien, welk een rumoer om een dooden neger!" schimpte

Legree. .

~ Die woorden werkten als een vonk vuurs in een vat buskruit. V oor-

zichtigheid behoorde nimmer tot de deugden van den Kentuckischen jongeling. George wendde zich om en bracht Legree in zijn toorn een zoo geduchten slag in het aangezicht toe, dat die hem ter aarde storten deed, en terwijl hij daar boven hem stond, ziedende van toorn en woede, geleek hij naar den evenals hij genoemden held uit den ouden tijd, op het oogenblik dat deze over den vreeselijken draak zegevierde.

Zulk een behandeling schijnt echter bij sommige menschen een goede uitwerking te hebben. Indien iemand hen op deze gevoelige manier voor zich in het stof doet bukken, is het alsof zij eerbied voor hem beginnen te gevoelen, en Legree was een van die soort. Toen hij opstond en het stof van zijn kleederen schudde, oogde hij den zich langzaam verwij derenden wagen met een blik van ontzag na, en hij opende zijn mond niet eerder, voordat die geheel en al uit zijn gezicht verdwenen was.

Buiten de grenzen der plantage had George een droge, zandige plek, door eenige weinige boomen overschaduwd, opgemerkt; hier groeven zij het

graf voor het lijk van den armen Tom.

Zullen wij hem den mantel afnemen, masser?" vroeg een der negers,

toen het graf gereed was.

„Neen. neen, begraaf hem daarin. Het is alles, wat ik u nu nog kan

geven, goede Oom Tom, en dat zult gij hebben!"

Zij wikkelden hem in den mantel, en de mannen gingen zwijgende met hun taak voort, totdat het graf gevuld was. Zij hoogden het op en

bedekte het met groene zoden.

„Gij kunt gaan, jongens," zeide George, ieder hunner een geldstuk in de handen drukkende, Zij aarzelden echter nog om heen te gaan.

.,Indien masser zoo goed wilde zijn om ons te koopen," zeide een hunner. „Harde tijden zijn het hier, masser," voegde de andere er bij. „Wij zullen masser zoo getrouw dienen," hernam de eerste. „Och, masser, koop ons, koop ons!"

„Ik kan het niet, ik kan het niet!" antwoordde George, zich met eenige

moeite van hen losmakende.

De arme wezens lieten bedrukt het hoofd hangen en gingen langzaam

en zwijgend heen.

„Hoor mij, o eeuwige God!" zeide George, terwijl hij op het graf van zijn vermoorden vriend eerbiedig nederknielde. „Hoor mij, terwijl ik zweer, dat ik alles zal doen, wat in eens menschen vermogen is, om dien vloek der slavernij uit dit land te verdrijven!"