is toegevoegd aan uw favorieten.

Herinneringen aan 15 januari 1906

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot ons leedwezen kunnen wij daardoor Zijne Excellentie thans niet persoonlijk onzen dank betuigen. Het bestuur hoopt •lat echter later te doen.

De brief luidt als volgt:

De uiting van dankbaarheid in Uw nevenvermeld schrijven wordt door mg op hoogen prijs gesteld. Waar de belangen ook van het personeel der Algetneene Landsdrukkerij mij na aan het harte gaan, hoop en vertrouw ik. dat zij mogen blijken door de thans tot stand gekomen wettelijke maatregelen zooveel mogelijk te worden bevorderd. Maar hoe sympathiek mij het karakter van de door U aangekondigde vergadering ook moge wezen, ik zal verhinderd zijn die bijeenkomst bij te wonen, vermits dringende ambtsbezigheden mij daartoe geen tijd vrijlaten.

De Minister vitn Biniienliiiiilxrhe Zulten,

(ir. ;,.) P. RINK.

Ifet Zangkoor stelt zich nu op het podium op en heft het door den heer M. H. van 't Kri'is gecomponeerde en door hem gedirigeerde «Dank- en jubeltonen" aan, dat opgewekt en met gloed gezongen, de feeststemming niet weinig verhoogt en een daverend applaus ontlokt. Luid gejuich weerklinkt bij de aanbieding aan den componist-dirigent van een lauwerkrans, een welverdiende hulde voor zijn groote hulpvaardigheid en belangelooze medewerking.

De kalmte is teruggekeerd. De Voorzitter neemt in den katheder plaats en houdt de volgende feestrede:

„Geachte Vergadering.

Het is mij een groot voorrecht hedenavond in dit feestlokaal, in deze feestelijke ure, voor een feestelijk gestemd publiek, als feestredenaar de feestrede te mogen uitspreken. Het programma vermeldt: „feestrede door den Voorzitter". Als nu iemand,die een feestrede houdt, daardoor ook tot „feestredenaar" verheven is, dan moet ik erkennen dat die weidsche titel mij den moed doet ontzinken. Immers, het kan de bedoeling niet zijn, den klemtoon op „ naar" te leggen. Maar als gij mij nu beloven wilt, niet den nadruk op „rede", maar op „feest" te leggen,