is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paarden den vryen teugel, begonnen niet elkaar te praten en spoedig klonken allerlei vroolijke deuntjes; de aanvoerder stoorde hen niet, alleen als 't gezang wat al te hard werd of voetgangers en voertuigen hun weg wilden kruisen, keerde h\j zich hoofdschuddend tot de zangers, waarop de melodie een beetje gedempter klonk. Bijster druk was het verkeer niet op den straatweg; landlieden brachten de vruchten van akker en tuin op karren en kleine vrachtwagens naaide stad; de groothandel uit diep in het binnenland koos den waterweg, welke van Lauenburg door de Stecknitz, het Möllnmeer en het Del-

venaukanaal naar Lübeck leidt.

Toen de ruiters aan de Trave gekomen waren tegenover de plaats, waar de Stecknitz er in loopt, zagen ze uit de verte een stofwolk snel naderen en spoedig konden ze er in onderscheiden een paard in scherpen draf, bestuurd door de hand van iemand die vast in den zadel moest zitten. De blonde, jonge ruitersman reed tot vlak bij den aanvoerder, bracht zijn snuivend ros met één ruk tot staan en riep den commandant zijn groet toe: «Goeden morgen, heer Hyddo, en goede reis! De onzen zijn al meer dan een half uur reisvaardig en wachten op u bij de poort; ik ben u tegemoet gereden om eens

te zien waar u bleef."

,'k Kan best gelooven, jonge vriend, dat je oude Rolof van ongeduld zijn kop laat hangen," gaf de aangesprokene ten antwoord; .maar ik kan er waarachtig niets aan doen. Je moet namelijk weten, dat die vermaledijde schrijvers van de raadskanselarii niet tot de meest heetgebakerde schepsels behooren. Onze paarden hebben zich de beenen half lam gewacht op de markt. Maar, kalm aan! Wij komen zonder ons te jachten op den bepaalden tijd in de Elbestad. Lust om

mee te gaan, Lambert?"

„Of ik," zei deze en rukte, terwijl op zijn glad voorhoofd een paar diepe rimpels trokken, zoo hard aan den teugel, dat zijn paard even steigerde, „of ik, maar vader wil 't me niet toestaan, hoe ik er om heb gevraagd."

„Hm, hm," zei de commandant, ,'k heb me niet te mengen in familiebesluiten; hij zal er wel zijn reden voor hebben, de gestrenge heer vader, — knies er anders maar niet over dat je hier moet blijven, Lambert! Onze rit naar Hamburg zal vermoedelijk vervelend genoeg zijn, en de terugkeer van jullie menschen bij de Stecknitz om de schuiten met zout te beschermen, belooft ook niet al te vroolijk te worden."