is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Eén onderscheid geef ik dadelijk toe: bij de beurzensnijders kom je er meestal beter af. Die kerels plunderen hun slachtoffers heelemaal uit, en als je je verzet schiet er ook wel een kleine rammeling en desnoods een aderlatinkje op over. Maar die roofridders verstaan het handwerk fijner of grooter, al naar je 't noemen wil. Bij die is het, als ze niet genoeg bij je vinden: vooruit op dien knol, de handen op den rug, — den gevangenkelder en losgeld — nou, ik hoef 't u waarachtig niet uitvoerig te omschrijven."

„Daar zullen we maar niet over strijden, oude; jij bent meer voor de koopmansmanier, ik voor die van de ridders. We zijn heelemaal van onzen Hamburgschen brief afgeraakt. Nu komt het gewichtigste punt, dat voor alle Hanzesteden aan de Oostzee en de Noordzee even veel beteekenis heeft en later hebben zal. Ons Lübecksch recht zal van kracht zijn, overal waar maar een Hanzeschip rammelt met zijn ankerketting. Daar stribbelen de Gothlanders van Wisby tegen, die willen hun oud zeerecht op het water ingevoerd zien en Riga steunt ze. Er wordt nu een Hanzedag bijeengeroepen — in Wismar of in Rostock dat ben ik vergeten — en daar hoopt men de zaak tot een goed einde te brengen. Hamburg moet het de Hanzesteden van Neder-Saksen meedeelen."

„Kom! Bij den heiligen Nikolaas. onzen schutspatroon, lieer Hyddo! Let op, die heele geschiedenis loopt op niets uit of wordt nog ellendiger dan Maart-ijs, als je uit de winterhaven weg wil. Alle Hanzesteden onder één hoed?"

„Ja — wil jij dat dan niet?"

„Willen en gelooven zijn twee verschillende dingen. Weet u dan niet wanneer alleen een vrije troep paarden een kring vormt en krachtig met de achterpooten gaat slaan? — Als de wolf komt!"

„Doel je op koning Waldemar?"

„Niet op de Denen, niet op Heinrich von Holstein, opgeenmensch in 't bizonder: ik bedoel alleen dat de nood ze bij elkaar brengt. Daar hoef je geen raadslid voor te zijn."

„Ja, ja — zoo, zoo" — Hyddo knikte en schudde na deze veelbeteekenende woorden eenige malen met zijn hoofd, bromde en mompelde nog wat onverstaanbaars in zijn baard, dat znn buurman niet kon verstaan. Deze meende daarom dat hij genoeg gepraat had, ging zoo gemakkelijk in zijn zadel zitten, dat je kon merken dat 't een voorbereiding voor een zadelslaapje was en liet het aan zijn paard over, zonder verdere leiding den weg te vinden. Nu was het heel