is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan den man stellen, worden grooter en zijn niet in één hand te houden, 't Zal niet al te lang meer duren of in den raad zitten niet als tot nogtoe enkel kooplieden, maar ook, zooals 't naar ik heb gehoord, al in Neurenberg het geval moet zijn, rechtsgeleerden. Verdediging en aanval daarentegen zullen bij de Hanzeaten weer anderen leiden.

„Des te beter, vader!" viel de zoon haastig in de rede, „hebt u dan niet twee zoons? Hartwig is een echte koopman, net als u —"

„Laat me uitpraten;" stoof Nikolaas Hadewart op, streek zich echter meteen met de vlakke hand over voorhoofd en gezicht en ging kalm voort: „Ik zou graag alle twee mijn jongens zoo hoog mogelijk geplaatst zien. Je peet Wittenborg laat ik buiten beschouwing, wie weet grijpt die nog wel eens naar het zwaard. Ortwin Hyddo heb je genoemd. Prent dit in je geheugen, myn jongen, onze hoofdman rijdt wanneer en waarheen wij raadsleden bevelen! Hij dient ons om geld, al doet hy ook als een ridder en al ziet hij er ook naar uit. De macht is bij ons. Zou jij dan in het leven liever pijl dan schild wezen? Dat kan ik niet denken, want daarvoor draag je het hart te hoog. 't Was daarom mijn lang overdacht plan om je naar Praag te sturen voor een jaar of wat, om daar te studeeren in de rechtsgeleerdheid — een goede voorschool voor een

lateren raadszetel."

„Doe me dat niet aan, om alles wat u wilt, doe dat niet! Die

boeken zijn al geen haar beter dan die in ons kantoor — en dan

nog weg van de zee, van thuis?"

„Je zult je heele leven toch wel niet bij moeders pappot blijven?

„Zeker niet. Hoor nu eens naar mijn plan en mijn verzoek. Van nacht kreeg ik een heel nieuw idee. Laat me — u kent immers den grootmeester heer Winrich von Kniprode — naar de Duitsche ridders gaan, naar Pruisenland, en u zult spoedig vernemen dat men daar tevreden is over uw Lambert. U hebt immers zelf de witmantels met het zwarte kruis de beste vrienden van de Hanze genoemd en dan dien ik tegelijk mijn vaderland met mijn zwaard."

„De jeugd heeft toch wonderlijke invallen" zei de koopman, hoofdschuddend, „je hebt van nacht vergeten ook de orderegelen der Duitsche ridders in je hoofd te halen. Ieder van de witmantels moet gelegen hebben in de wieg van een adellijke dame, en al meenen wij van de oude familie's der Wendensteden ook op goede gronden, ons gelijk te kunnen stellen met alle ridders uit het heele rijk, de wetten der orde kun je niet omvergooien. En voor een ridder van