is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bewogen, het hart vol erkentelijkheid, wilde de hoofdman hem bedanken, toen van uit den ingang van een traptoren de heer van het kasteel naar buiten trad en zijn gasten tegemoet ging. Verbaasd keek Nikolaas Hadewart naar den reusachtigen man, die nog meer dan een hoofd boven hem uitstak, en hij behoorde warempel niet tot de onderkruipsels, en hem zoo stevig de hand schudde, dat al zijn vingerkootjes knakten. Hy beheerschte die pijn evenwel uitstekend, en dadelijk wendde de ridder zich met stralende oogen tot Lambert en zei: „Weer en wind, hoogwaarde gast en raadsheer, is dat uw zoon? Ja, ja! bij onze Lieve Vrouwe van Gottorp, ge lijkt op elkaar, ofschoon zyn spieren op 'n heel ander stel beenderen zitten gespannen, dan die van u — wees niet boos dat ik het zeg! — wel, jonge vriend, hoe ben je zoo stevig en sterk van lendenen en handen? Werkelijk, je bent heel wat meer op je plaats bij een troep rijzige ruiters, dan aan de koopmansschrijftafel."

„Maak den jongen niet heelemaal het hoofd op hol, ridder Lars,' zei de vader, „hij is 't toch al voor een groot deel met u eens."

„Dat kon ik wel vermoeden, in zulke aderen loopt geen water en melk. Vergeef me echter dat ik u zoo lang laat staan bij dit sermoen. Hier te lande is 't gebruik binnen den kasteelmuur, welkome gasten na hun reis welkom te heeten met 'n goeden dronk. Laat n kan van uw eigen Lübecksch bier u goed smaken, onderwijl mijn gemalin, vrouwe Bertha, de laatste hand aan de tafel legt. Lars Hummelsbüttel's kasteel staat zoo ver van eenig dorp dat elke gast honger en dorst mee moet brengen. Mijn oude, wakkere gevangene, je doet ook mee. Ik zal maar voorgaan."

Men ging in den toren de kleine wenteltrap op, welke geen kleine treden had, maar een langzaam hellende leemen vloer. De burgtheer vertelde dat zyn grootvader dit zoo had ingericht om met twee Oelandsche paarden naar de bovenverdieping te kunnen rijden. Spoedig zat men in een groote voorzaal; een met welgevulde kannen en zilveren drinkbekers beladen tafel noodde bij de hitte des daags verlokkend uit tot een koelen dronk; de schenker van den ridder zorgde er voor dat geen beker leeg was. 't Had echter niet lang geduurd, daar verscheen de vrouw des 'huizes en leidde na een korte begroeting de vier mannen naar de belendende eetzaal.

Jongens, dat zou een goede maaltijd worden! en Nikolaas Hadewart's oogen verrieden den besten luim, want hy was lang niet afkeerig van het genot van een welvoorzienen disch; ja zelfs had zijn

4