is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrouw hem thuis herhaaldelijk moeten raden zijn gastheer niet al te dikwijls bescheid te doen. De vrouw des huizes sprak weinig, die had haar oogen overal om den maaltijd goed te doen verloopen. Ortwin Hyddo had heusch niets te veel gezegd tot roem van het goede leven dat er op het kasteel van genomen werd. Na een heerlijken krachtigen bouillon werd een pracht van een stokvisch opgedragen, daarop een sappige schapebout, gevolgd door de roode boekweitengrutten, rijkelijk overgoten met vette, zoete room. En 'n wijntje dat er in de glazen parelde! 'n Heerlijk gewas, dat naar de riddei vertelde, Spanje tot vaderland had. Wel klopten de aderen van den raadsheer al een beetje en werd zijn hoofd er een beetje warm door, maar smaken dat 'them deed! Perfect, je reine godendrank.

„Woudt u weten hoe ik aan dien vurigen Spanjaard ben gekomen, m'n waarde gast?" vroeg de ridder. „Daar ben ik voor een koopje aangekomen, hij was natuurlijk strandgoed: een Vlaamsche smak uit Brugge, die naar Riga ging, liep twee jaar geleden bij een zwaren Noordwesterstorm dicht bij Büsum op het strand. Onze Holsteinsche graven hebben allang het strandrecht afgeschaft, zegt u. U hebt gelijk, maar dat neemt niet weg dat de Büsumers het toch uitoefenen, die zijn nu eenmaal wat hardhoorend."

„Ja, met die kustbewoners hebben we wat uit te staan, zuchtte

de koopman.

Als slotstuk van den maaltijd werd een schoteltje met honing opgedragen, dat gedekt was door een deksel van gedreven koper. De knop van dat deksel werd gevormd door een zilveren hommel. Terwijl de anderen van de zoete spijze genoten, verhaalde de ridder dat het in zijn familie van ouder tot ouder gebruik was geweest b« het middagmaal den gasten tot slot maagdenhoning voor te zetten; de sierlijke schaal had hij expres voor dat doel laten maken.

„Hangt dat gebruik soms samen met uw naam, heer Lars? vroeg

Lambert.

„Dat zou ik zoo zeggen, m'n jonge vriend! En aan het dessert pleeg ik altijd het korte vroolijke verhaal van onze familielegende ten beste te geven. Niet waar? Is Hummelsbüttel geen dolle, onzinnige naam? Dat büttel (knecht) alleen is al niet mooi en past niet voor ridderlijk bloed. Enfin, ik heb 't er mee gedaan en ben tevreden. Nu die geschiedenis! Twee honderd jaar geleden — ten minste dat vertelt onze kroniek — leefde op het geduchtige slot Gottorp een rijke, schoone ridderdochter, om wier hand vele ridders moeite deden. Van