is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

persoon alleen zou de Lübeckers toch niet veel kunnen helpen, want u klopt met koning Anderdag op zee. Dat is heelemaal mijn vak niet, ik moet een paard tusschen mijn beenen hebben, en vasten grond er onder."

„De zee is voor ons ook niet meer dan een heerweg van land naar land. Nu — denk er eens over bij gelegenheid, er is geen haast bij het antwoord."

„Zal gebeuren, meneer Hadewart! Laat me nu eens een voorstel doen voor den naasten tijd! Voor u weer naar Lübeck terug gaat, moeten we een klein verzetje hebben en daarom zou ik graag met u op jacht gaan. Ik had al zoo'n voorgevoel dat met dit mooie weer me een pleizierige tijding zou geworden en even na de komst van uw bode, hebben mijn menschen een kolossalen zestienender gezien op het noorder gedeelte der heide."

Lang was er 's avonds getafeld, het doode hert moest gefuifd worden en Lambert, die het gedood had, verkneuterde zich inwendig over den lof, dien de ridder hem bracht. Weer ledigde men een knap aantal roemers zwaren wijn en geen der twee mannen was heelemaal brandschoon toen zij eindelijk naar bed gingen.

Den volgenden ochtend voelde de oude Hadewart zich lang niet lekker, doch sloeg de uitnoodiging om dan zoo lang te blijven af. Hij kon niet uit zijn zaak.

Zoo namen zij afscheid, doch ze waren nog geen kwartier van het kasteel, toen het paard van Nikolaas Hadewart struikelde over een steen. Lambert keek op en schrikte ontzettend. Zijn vader had de teugels laten glippen; hij hijgde en kreunde om adem, een zacht gefluit kwam over zijn paarse lippen. Oogenblikkelijk sprong Lambert uit den zadel, liep naar zijn vader en kwam juist op tijd om dien op te vangen toen hij uit den zadel viel. Nog even zag Nikolaas Hadewart met reeds half gebroken oogen zijn jongen aan, maar kon, daar hij door een hersenberoerte was getroffen, geen teeken meer geven met zijn hand. Lambert bracht zijn oor aan zijns vaders lippen en meende de woorden te vernemen: „Uit! Groet moeder — broeder — —toen trok de mond, een lichte rilling liep door het lichaam, welke maar een oogenblik duurde, en toen maakte ze plaats voor een vreeselijke rust en stilte. Nikolaas Hadewart was dood .

Luid kreet de zoon... het geleide stond verslagen, alleen Ortwin Hyddo had 'n beetje z'n hersens bij elkaar en reed ventre a terre