is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tenborgsche schuit te zijn, die bij den storm in het Kattegat uit het oog was verloren. De Jutsche kust was het vaartuig, dat toentertijd meer naar het Noorden dreef, gelukkig ontkomen, doch daarentegen had de storm het noordelijk van Skagen zooveel averij aan tuigage en roer berokkend dat de "VVittenborgschen twee dagen lang voor Christiania ten anker moesten liggen.

Nadat de wederzijdsche begroeting der beide schepen was afgeloopen, wenkte Wizlaw Rolof Lambert Hadewart en zei: «Jonge heer, kom eens even naast me staan, ik heb een kort woordje met u te spreken, dat geen mensch behoeft te hooren." Lambert deed het en nu begon de oude: „Zeg eens openhartig, Lambert, heb je dien verdoemden langen waterbandiet gekend of herkend, die ons eerst zooveel moeite heeft berokkend en toen hij jou zag zoo plotseling terugsprong? Ik geloof tenminste van jullie alle twee een uitroep van verbazing te hebben gehoord, 't Kan toch geen kennis van je zijn, een vent, die onder de zwarte vlag vaart — en daarbij komt 't me zoo voor dat ik zelf dat snuit al meer heb gezien, maar ik

kan 't niet thuisbrengen."

„Met allebei die vermoedens heb je den spyker op den kop geslagen, oude; je hebt hem al eens ontmoet en ik ken den ongelukkige, ik heb hem zelfs op onzen Meierhof voor den hongerdood bewaard, zonder dat ik me voor de kennismaking behoef te schamen."

„Nu wie is 't dan?"

„Hij heet Harms Schütner en is de zoon van den beul van Hamburg."

„Dien ben ik nog nooit in den weg geloopen."

„Jawel, "Wizlaw! 't Is gebeurd op den dag dat je in den hollen weg door Hummelsbüttel bent overvallen. De ongelukkige heeft 't

me destijds zelf verteld."

„Hagel en donder!" riep de oude en sloeg zich met de hand voor het voorhoofd, „je hebt gelijk! Bij de veertien noodhelpers, dat is de galgvogel van den kruisweg. Wat is die kerel opgeknapt! Hij blijft een schoft en onze gezworen vijand, maar de waarheid moet gezegd worden, met het zwaard heeft hij gewerkt als een ridder."

,,'k Heb het gezien en 't doet me zelf leed dat de man onder de zwarte vlag dient. Ik had hem graag in handen gekregen om van hem zelf zijn lotgevallen te hooren."

„Daar weet ik wel raad op, Lambert. We vragen den schipper om den gewonden zeeroover in de strafkooi op te mogen zoeken