is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V.

ONDER DE MIDDERNACHTZON.

Even voor de dag aanbrak werd het dek der smak nog eens op bevel van den schipper duchtig gereinigd, en de heele tuigage nagekeken en in orde gebracht, voor de koningsvoogd het verlof gaf om het schip te verlaten. Toen ging de schipper naar Lambert Hadewart en zei: „De reis en mijn heerschappij zijn ten einde, van nu af aan is u meester van het vaartuig en de lading, dat heeft uw broer, die voor het hoofd van het huis geldt, me voorgeschreven."

„Als Hartwig de zaak zoo geregeld heeft, is 't mij goed!" antwoordde de jongeling, „ik zal gaarne mijn geluk eens probeeren. Maar je blijft bij me, want ik heb je vasten wil en je besliste wijze van omgaan met de manschappen op zeer juiste waarde leeren schatten, 'k Heb m'n ouden Rolof ook wel bij me, maar twee raadslieden zijn beter dan een."

„Daar wil ik u graag in ter wille zijn. Met den koningsvoogd kunt u 't ook zonder mijn bijstand heel gauw klaarspelen, want u weet, dat alles wat we willen lossen overeenstemt met den vrachtbrief. Daar komt de voogd, ik raad u aan te zweren."

Juist legde de boot van koning Haakon's voogd aan de scheepstrap aan, met een schrijver klauterde hij aan boord en vroeg naar den eigenaar en den schipper der smak. Toen ging hij naar Lambert toe en vroeg, na een kort woord van verwelkoming en begroeting te hebben uitgesproken: „Zeg me, meneer Hadewart! moet de waagmeester van den koning de lading onderzoeken of is u bereid de juistheid van den vrachtbrief met een eed te bezweren?"

„Ik zal den eed afleggen, heer voogd."

De voogd haalde uit een zakje in zijn wambuis een klein zilveren kruisbeeld te voorschijn, dat aan een leeren riempje om zijn hals hing, Lambert legde zijn rechterhand er op en zegde het hem voor-