is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daad. Heb je nog iets tot je verontschuldiging in 't midden te brengen, zoo spreek!"

„Neen," was het korte antwoord.

„Is er een onder de rechters, die voor den misdadiger, die bekend heeft, wil spreken?"

De grijsaard wachtte een geruimen tijd; alles bleef doodstil.

„Dan tot het einde, gij Noormannen van de Folgenfjord! Knut Blödder is een roover geweest te water en te land, hij heeft zijn hand uitgestrekt, wederrechtelijk, naar het hoogste dat wij op aarde kennen, — naar een menschenkind. Wat is zijn straf?"

En de jongste rechter stond op, trad weer naar den Bantasteen, raakte dien aan en zei; „Hij is den Malstrom toegevallen."

Evenzoo deden de zes anderen. Dan vroeg Olaf: „Wie doet den laatsten slag in de boot, dat het water komt en het misdrijf wegspoelt?"

En de rechters antwoordden: „Daar een vrouw het niet doen mag, naar de wet, moet Björn Tigge het doen, de vader der geroofde, want hij is in de gemeente en voor het gerecht haar mond en haar hand."

„Heb je je vonnis vernomen, Knut Blödder?", met die woorden richtte de grijsaard zich tot den ongelukkige; „binnen twaalf uur, als de middernachtzon op het water ligt, moet je sterven!" Somber en zwijgend knikte de ongelukkige.

„Nog een woord tot u, gij Lübecksche mannen! Wie dingde aan den Bantasteen, wie als getuige of anderszins voor den steen stond, moet bij de voltrekking van het vonnis tegenwoordig zijn, opdat iedereen wete dat geen ijdele woorden door het gericht worden gesproken. Zoo willen de oude wetten het. Gij mannen van de Hanze, ik vorder u op, volgt onze oude gebruiken en ziet toe, hoe het recht zijn loop neemt. De ding is afgeloopen!"

Langzaam gingen allen dalwaarts, na een poosje was het weer stil en eenzaam bij jarl Sigurd's grafheuvel als te voren.

Ze schreden heen, de harde mannen van het Noorderland om hun gruwzaam werk te volbrengen, onbekommerd om des konings voogd en drost; ze wisten zich veilig in den vollen schyn der zon, want niemand woonde aan de kuststrook bij de Folgenfjord, die ze zou aangeven om de uitvoering van hun vonnis te verhinderen. Heel het volk was het eens met het boerengericht en wat bekommerde die vreemde schipper in de Westfjord zich om het doen en laten der landlieden? —

Vertragen mocht men niet, want de zeeweg tot aan het doel telde