is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lamberts elboog en trekt den door zijn eigen bloed verblinde strompelend met zich mee naar de bescherming biedende poort. "Wizlaw, zelf ongewond, schuimt als een aangeschoten ever van woede over het ongeval dat zijn heer is overkomen, 't Liefst zou hij met zijn bijl midden onder de boogschutters zijn gesprongen, maar hij kent zijn plicht; langzaam, stap voor stap dekt hij den terugtocht der twee.

De ingesloten troep Wisbyers is deels neergehouwen, deels gevangen gemaakt en daarmee houdt de vervolging der Denen op. Blijkbaar hebben ze bevel zich niet aan de stad zelf te wagen; 't kan zijn dat koning Waldemar het bedenkelijk acht de menschen dadelijk tot het uiterste te brengen, of streeft hij andere plannen na.

Lambert Hadewart is gered. Hij heeft zijn helm afgezet, de bloeding uit de werkelijk slechts lichte huidwonde met een zakdoek gestelpt en roept zijn oom, die bezorgd hem onder de gesloten poort tegemoet loopt, eerst boos, dan klagend toe: „Om mij behoeft u zich niet ongerust te maken, oom! Een stukje pleister, en de schram is dicht, ik kon alleen niet meer zien. Maar anders — alles is verloren! Wisby verloren!"

„Nog niet, mijn jongen!" geeft de oude ten antwoord, „veel is er verloren, maar jij leeft nog en God de Heer blijft in den hemel boven ons!"

Bloedrood was de zon opgegaan, bloedrood schijnt ze over Gothland, het oog van de Oostzee; de tegenstand van het eiland is gebroken.