is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blik er aan dacht de stad te beschieten, welke hij dacht te sparen. Zijn heer zou de stad niet plunderen en beloofde al het gebeurde voor goed te vergeten; de burgers moesten zich echter een matige schatting ter vergoeding van de kosten laten welgevallen engeheele onderwerping aan Denemarken was de eerste vereischte. Noch gijzelaars, noch vooruitbetaling werden tot zekerheid geëischt, alleen dat er naar oud gebruik nog heden een groote bres in den muur werd gemaakt — de steenen moesten de buitengracht juist kunnen bedekken — opdat koning Waldemar aan het hoofd van zijn Denen morgen zijn intocht in Wisby zou kunnen doen. Met de Duitschers, de Hanzeatische zeevaarders zou de koning afzonderlijk beraadslagen; hij beschouwde ze als zijn gasten en was ook bereid hun de voorrechten, welke ze tot nu toe genoten en de nederzettingen op de kust te waarborgen.

De veldheer werd zoo goed als niet in de rede gevallen, voerde uitsluitend alleen het woord en ook nadat hij had uitgesproken was er weinig te zeggen en te vragen. Alles klonk zoo vrijgevig en verstandig en van zelfsprekend, 't Was niet aan te nemen, dat de vorst zijn gegeven woord brak, daar hij zich overal in het voordeel bevond. De Gothlanders moesten zijn voorwaarden aannemen. Koning Magnus had zich ook bedroefd weinig om hen bekommerd; wat meer dan zestig mark zilver alle jaar op te brengen was geen zwaar offer voor hen. En de Duitschers? Ieder moest maar zien hoe hij het klaar speelde; de Duitschers moesten maar voor zich zelf zorgen, ook voor hen scheen alles heel gunstig af te zullen loopen.

Bernhard, die ook den bode van koning Waldemar op het stadhuis had aangehoord, ging zwijgend en hoofdschuddend naar huis. Men moest zich schikken en afwachten. De veldheer Vicko Moltke haastte zich met een gunstig antwoord naar het kamp terug. Wisby gaf zich over aan den overwinnaar zoo goed als op genade en ongenade, want de bepalingen in het voordeel van de stad waren gering genoeg en, net zooals koning Waldemar tegen hertog Erich had gezegd, rekbaar als iets.

De hardste voorwaarde vonden ze het maken van een bres in den muur. Daar kwam de trots der burgers tegen op: hun eigen bescherming eigenhandig vernielen. Ieder vond dien arbeid een schande, niemand wilde naar het breekijzer en het houweel grijpen. Er zat niet anders op dan dat de burgemeester en de raadsheeren met eigen hand eerst een paar steenen losbraken, om de schande te ontnemen aan het werk. In den nacht was de treurige arbeid voltooid.