is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grooten — daar aan den anderen kant, links, de soldaten. Denk je soms dat 't net zoo gaat als in jullie snijdersholen, waar jullie in den eenen hoek bij elkaar hokt en de gezellen in den anderen ?"

„Sapperloot! Spot niet met mijn stiel, hoofdman Hyddo! Als wij geen wambuizen opflikten, dan konden jullie er geen dragen."

„Vrede, heeren! riep Erich Bodener er tusschen door. „Je moet iedei zijn eei laten! Maar werkelijk Kurzrock, van het wapenhandwerk moet de hoofdman toch meer weten dan jij!"

„Goed, zei de snijder, „maar dan moet hij me in zijn groote wijsheid eens een verklaring geven. Hij beweert zelf dat hertog Erich tegen de Duitschers gevochten heeft bij Wisby. Nou ? Heeft die soms voor de eerste zwaardslag werd gegeven, z\jn helm afgenomen of het vizier opgeslagen om zich te laten kijken? Hè? Hoe ben je dat dan te weten gekomen?"

„Om den drommel niet zooals jij dat beweert," zeide Hyddo lachend. „Aan dat heele nieuwtje ben ik zoo onschuldig, als een pasgeboren kind, en ook de Wisbyers zouden 't misschien niet eens geweten hebben. Hertog Erich heeft 't zelf verteld en wij weten t van meneer Bernhard Hadewart. De Lauenburger heeft een geduchten, al is 't dan niet gevaarlijken houw op zijn helm gekregen van een medestrijder der Duitschers, een Duitschen ridder. Die mep moet hem zoo bevallen zijn, dat hij na de inname van Wisby niet heeft gerust voor hij had uitgevischt wie hem dien houw had toegebracht. De ridder lag verwond in de heup bij Bernhard Hadewart in huis. Hertog Erich is bij hem aan bed gekomen en heeft vroolijk met hem gepraat en hem bedankt voor dien prachtigen mep op zijn hoofd. Ze hebben elkaar een stevige hand gegeven, toen —"

„"Voor den drommel", betuigde de snijdermeester en trok zijn voorhoofd in rimpels, „dat zou ik niet kunnen, nog te bedanken voor zoo'n kopslaander. 'k Ben erg verzoeningsgezind — maar alles heeft zijn grenzen."

„Kurzock, je bent 'n vreemde kwant en wil altijd hooger op. Laten we toch ook eens de kleine luiden gedenken. Daar heb je de twee lui van Hadewart, Wizlaw en Balthasar, ik geloof dat het de moeite waard is ze dankbaar te gedenken."

„Goed zoo, Bodener!" riep de waard, die nu zelf kwam aandragen met de opnieuw gevulde kroezen, „goed zoo, we zullen eens op ze klinken en drinken!"

,Halt, halt!" weerde meester Kurzrock, „eerst onze held van