is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f

verantwoordelijkheid bewust op te treden en te spreken. Den te Wisby ontvangen slag kan Lübeck, kan de Hanze slechts met groote middelen wreken, met speldeprikken komen we niets verder. Zwaardslagen! Krijg! Wraak voor Wisby! Dat moeten deHanzeatenroepen, als mannen zoowel als kooplieden, want nooit zal rust en vertrouwen terugkeeren voor den handel zoolang Waldemar regeert, als deze schande zonder wraak blijft. Oog om oog, tand om tand, buile om buile! Wy moeten een inval doen in zijn land, zooals hij Gothland is binnen gevallen! Als gij, raadslieden van Lübeck, het met me eens z\jt, — wat zyn er dan nog meer woorden van noode — antwoordt dan met een ja!"

Een luid en plechtig ja der aanwezigen klonk door de zaal en Wittenborg vervolgde: „Ik had niet anders verwacht. Er is haast bij, hoewel we ons voor overijling moeten hoeden. Slechte uitrusting — geen uitrusting! Daar niet Lübeck alleen beschimpt en benadeeld is, maar elke stad, die haar schepen veilig meende in de haven van Wisby, moeten wij aan onze Hanzeatische zusters een boodschap sturen om gemeenschappelijk te beraadslagen over een afwering van dergelijke schandaliteiten. Indien ge het goed vindt zal op de secretarie alles voor den aanstaanden Hanzedag worden voorbereid, wat betreft uitrusting, verdeeling der lasten, afzonderlijke kosten enz. Zonder bondsbelasting kunnen we er niet komen."

Daar stond de bode van Greifswald, heer Disterhagen op, vroeg het woord en sprak: „Greifswald noodigt de Wendische zusters, zoowel als elke stad, welke zich bij de Hanze voegt of zich met haar verbonden acht, tot een vergadering binnen hare muren. Brieven worden verzonden, wij zijn aan de beurt en ik verklaar op mijn eed dat ik de opdracht van mijn Raad er toe heb; ook voeg ik daar nog bij dat op ons raadhuis dezelfde meening is verkondigd, die ik hier heb vernomen: krijg tegen koning Waldemar!"

„Uw uitnoodiging is aangenomen, heer Disterhagen," antwoordde Johann Wittenborg, nadat de voorgeschreven rondvraag was gedaan. „Raadslieden van Lübeck en waarde gasten! Voor we ons begeven aan de vele speciale bezigheden voor ons groote werk, moet ik, ter wille van den spoed, een gewichtige vraag tot u richten. Onze ambtgenoot, raadsheer Hartwig Hadewart heeft er al op gezinspeeld. Hoe steviger en nauwer het net getrokken wordt om onzen vijand, van het Noorden tot het Zuiden, hoe zekerder het uitzicht is op een duurzaam resultaat. Geen verstandig man mag verzuimen bond-