is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genooten te werven, wier zwaard tot gemeenschappelijke veete als van zelf uit de schede vliegt. Koning Magnus moet wegens Gothland in het veld trekken tegen Waldemar, zijn zoon Haakon van Noorwegen eveneens, daar de Deen als rede voor zijn overval heeft opgegeven het verbreken der trouwbelofte. Ik geloof dat wij voor de Hanze niet den boel zullen bederven, als wij op ons eigen handje onderhandelaars sturen aan de beide koningen, dan kunnen die misschien hun besluit al doen kennen op de vergadering te Greifswald. Ook de beide Holsteinsche graven Heinrich en Klaus denk ik er te zien."

„Heer burgemeester, permitteer me dat ik nog twee dingen opper, natuurlijk slechts voorloopig, want eerst te Greifswald kunnen de besluiten worden genomen, bindend voor de geheele Hanze", aldus raadsheer Andreas Tribul. „Ik wou 't nog even hebben over dat bondgenootschap. Zouden we niet den bijstand vragen van den heer von Knipprode? Het zwaard van de Duitsche orde legt bij zulke gelegenheden een groot gewicht in de schaal. En dan nog eens wat: Wat zoudt u er van zeggen als wij, en elke andere Hanzestad, eens een troepenmacht en een kleine vloot bijeenbrachten?"

„Wat de Duitsche orde betreft sta ik geheel aan uw zijde, raadsheer Tribul. Op uw tweede vraag geloof ik te moeten antwoorden dat de wijze waarop we ons hebben te wapenen, aan elk lid van de Hanze moet worden vrijgelaten. Voor ons Lübeck kunnen verschillende manieren in aanmerking komen. Ik zelf denk niet stil te zitten, als de Raad en onze burgerij het goed vindt, maar me voor te bereiden op de daad, de krijgsdaad, waartoe door den Raad is besloten. Er zullen een paar honderd mannen in onze stad bereid zijn voor de Lübecksche lelie het harnas aan te gespen en het zwaard te trekken. Daarbij zullen we aangeworven gewapenden niet kunnen ontberen, vooral boogschutters en tegen goede belooning gelukt 't ons waarschijnlijk ook wel de omwonende edelen op onze hand te krijgen, die dan hun eigen tros meebrengen. Maar dat zijn dingen, die we na de bijeenkomst te Greifswald kunnen beslissen. Wil nog een van onze gasten of van onze raadsheeren het woord voeren over de hoofdvraag?"

Daar allen zwegen, bracht de voorzitter nog eenige zaken van minder belang in den Raad en deze zitting gold voor de langste, welke ooit ter secretarie genotuleerd werd.