is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem de eerste, eigenhandig geplukte appel van de nieuwe soort, die jaren geleden door de Benedictijners te Lübeck was ingevoerd met één stek! En als hij dan weer voor het eerst in den zadel mocht zitten! 't Is waar dat Ortwin Hyddo het makste en oudste paard dat hij had kunnen vinden, had uitgezocht en Lambert vreesde haast dat hij het rijden had verleerd. Nu in de eigenlijke vaderstad, binnen de muren van Lübeck! 't Werd den herstellenden niet gemakkelijk gemaakt van de Holsteinpoort naar zijn ouderhuis te komen; telkens wilde een vriend of een kennis hem de hand drukken, in een goedbedoelde, maar lastige steeds afwisselende massa begeleidde de jeugd hem door de straten.

En met snijder Kurzrock had hij een paar dagen later een formeele kijfpartij, 't Was al mooi vond Lambert, dat hij zich moest laten welgevallen dat de heethoofd, toen hun wegen zich voor de eerste maal kruisten, hem een heilkreet van langen adem tegemoet riep, die al de hoofden van de menschen in de buurt uit hun vensters trok en een luide echo opwekte. Maar dat was niet genoeg. De snijder, wiens huisje vlak bij de Holsteinpoort stond, legde zich compleet op den loer, en zoodra de jonge Lübecksche held — zoo noemde meester Kurzrock Lambert — zichtbaar werd, verloren snijderstafel, el, strijkijzer en schaar alle aantrekkingskracht voor hun eigenaar, de bewonderaar van den held stormde de deur uit en zorgde buiten op straat voor een nieuwe ovatie. Toen hij 'm dat voor den derden keer geleverd had, pakte de gefêteerde hem krachtig bij zijn buis en zei een beetje boos: „M'n beste meester Kurzrock, aan mijn geduld komt ook een einde. Als je je mond nu niet dicht houdt en nog eens zoo'n helsch spektakel maakt om mij, dan zal ik hier midden op de straat rondschreeuwen, dat koning Anderdag, naar ik heb vernomen, jou heeft laten aanwerven als troepenaanvoerder."

„Maar jonge heer, ik meen het toch immers zoo goed met u."

„Wil ik allemaal graag gelooven, maar houd je nu verder bedaard! Ik kan al dat geschreeuw nog niet goed verdragen."

Lambert liet zijn man verbluft staan en haastte zich naar het huis der Hadewarts; geheel overduveld keek de ander hem na en mompelde voor zich heen: „Merkwaardig, hoogst merkwaardig! Als ik in zijn plaats was, ik geloof dat ik me weken en weken op straat liet bewonderen."

De vrouw van zijn broer leerde Lambert, die nu een dikwijls geziene gast bij hen was, kennen en eeren als een voortreffelijke