is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huisvrouw. Hij moest haar alles vertellen van den tocht, dien hij samen met haar broeder uit Stralsund had gemaakt. Ze was een goede luisteraarster en wist ook heel handig hier en daar een vraag te plaatsen zoodat een uur heel gauw om was. Spoedig kreeg hij in de gaten dat Hartwig hem nog niet graag lang liet praten en kon gemakkelijk de reden ervan raden, namelijk dat men hem nog wilde ontzien, omdat hij pas de ziekte te boven was en daarom ook waarschijnlijk niet hem sprak over de naaste toekomst, welke vermoedelijk erg krijgshaftig zou wezen. Dat paste echter even weinig bij zijn geheelen aard als in zijn plannen en omdat hij werkelijk voelde dat hij weer geheel op krachten was, ging hij op een dag toen hij zijn broer op zijn kantoor had opgezocht, recht op zijn doel af, al probeerde Hartwig nog zoo om uit te wijken.

„Beste Hartwig," begon hij vriendelijk, „ik dank jullie allemaal van harte voor de liefderijke verpleging tijdens mijn ziekte, maar laat 't nu genoeg wezen. Jullie pakt me aan met fluweelen handschoenen; de tijd waarin we leven is waarachtig daar niet de meest geschikte voor en ik ben kerngezond. Luister nu eens kalm naar hetgeen ik me heb voorgesteld! Van hier ga ik dadelijk naar Johann Wittenborg en zal met dien alles bespreken, alles wat den Deenschen koningen de Hanze in 't algemeen en mij in 't bizonder aangaat. Als m'n naasten bloedverwant wilde ik jou evenwel niet voorbijgaan."

„Hm, hm!", antwoordde de ander aarzelend, „ik heb 't allang gedacht. Wie als jij zoo'n aanloop tot iets heeft genomen, wil op dienzelfden weg verder. Dat je hier niet blijft zitten op kantoor als de Lübecksche oorlogsvlag wappert aan den mast, dat is zoo klaar als een klontje. Wind je echter niet onnoodig op, je verzuimt nog niets en in een heele poos nog niet. Het zwaard goed scherp slijpen vordert heel wat meer tijd dan later er goed mee op los slaan."

„Begrepen Hartwig! Ieder zijn arbeid en eigen manier. Op het geheel kan ik weinig invloed oefenen, de Hanzeaten zijn te veel in getal en zelfs in Lübeck reikt mijn stem niet ver. Maar voor mijn persoon wil ik me eens en vooral met Wittenborg verstaan."

„Zal je niet moeilijk vallen, want evenals jij gloeit hij voor strijd en vergelding, al zijn zijn haren dan ook grijs."

„'k Zou nog graag een verzoek doen. Geef mij als ik weer uittrek, den ouden Wizlaw mee, ik ben zoo geheel aan hem gewend. Dat hij graag met mij meegaat, daar sta ik je borg voor en de zaak kan hem best missen/'

11