is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuiten bestaande, meest voor transport van belegeringswerktuigen en proviand was bestemd. De hooggebouwde, voor en achter iets afgeronde koggen, elk bemand met honderd krijgers, met op voor- en achterdek, vestingsgewijze opgebouwde paviljoenen, hoofdzakelijk voor de geharnasten en zwaargewapenden bestemd; de mastkorven — elke kogge had er twee, een voor eiken mast — waren door gevlochten mandenwerk en leer bizonder beschut tegen pijlen; er in zaten boogschutters om van uit de hoogte den vijand zooveel mogelijk nadeel te berokkenen.

Aan groote belegeringswerktuigen, als blijden, katten, mankeerde het voor de belegering van de een of andere stad evenmin als aan genoegzame proviand voor de eerste weken. Zou de insluiting van een vesting langen tijd vereischen, dan kon men altyd op nieuwe toevoer rekenen, daar tegen zoo'n vloot geen vijand, al was hij ook de roover Anderdag, de zee kon sluiten. Behalve de Wendische zustersteden Lübeck, Wismar, Rostock, Stralsund, Greifswald en Stettin waren met afzonderlijke vaartuigen in de vloot vertegenwoordigd Hamburg, Bremen, Kiel en Dantzig, de overige Hanzeaten hadden zich er afgemaakt met den vastgestelden hoofdelijken omslag.

Lambert benutte den rustdag te Hiddensee om op de Stralsunder en de Dantziger kogge twee vrienden, den ridder von Bomer en zijn makker Wülflam op te zoeken, „Nu zullen we toch eens probeeren," zei de Duitsche ridder, „of we met Gods hulp dien smaad van Wisby weer uit kunnen wisschen."

„Leve de Hanze en de Duitsche ridders!" riepen de beide anderen.

De Noordkust van Hiddensee was als eerste ankerplaats uitgezocht omdat men hier vandaan het beste de zuidelijke invaart van de Sond kon gadeslaan. De stedelingen waren oorspronkelijk van meening geweest, om het eerste Kopenhagen aan te vallen, welks bezit hun zeer gewichtig voorkwam met het oog op de visscherij van Schonen en de stapelplaatsen der Hanze. Maar de Noorsche koningen Magnus en Haakon hadden den Hanze laten verzoeken de vesting Helsingborg aan den noordelijken ingang van de Sond tot doel te nemen, daar heen moesten ze zoo snel mogelijk te hulp gaan.

In en om Helsingborg, de vlak aan de kust van Schonen gelegen, geweldige noordelijke sleutel van de Sond, dat toentertijd onder den schepter van Denemarken zich bevond, heerschte terzelfder tijd, toen de Hanze optrok tegen Denemarken een groote drukte. In de stad, waarover Yicko Moltke was aangesteld als bevelhebber, maakte men