is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich, maar nadeel ondervond geen der beide partijen. De Hanze-vloot bleef den eersten nacht zoover van het strand liggen, dat er niets gebeuren kon. Den volgenden dag zei Johann Wittenborg, na eenige aanvoerders op het dek van zijn kogge verzameld te hebben: „wat dat welkom met de brokken steen van den blijdensteel betreft, daar zijn we quitte mee met de Denen. Voor we het belegeringswerk goed aanpakken, zullen we naar Hanze-manier 't eerst eens probeeren met de witte vlag en onderhandeling. Lukt dat niet, dan moeten we ons voorbereiden op een werk van langen duur. Trouwens, we moeten ook wachten tot onze bondgenooten er zijn."

Onder bescherming van de witte vlag ging graaf Heinrich \ an ^Holstein, bijgenaamd „de IJzere", begeleid door twee trompetteis, als onderhandelaar naar de vesting; hij kwam evenwel binnen ongewoon korten tijd terug met een kort en bondig antwoord. Vicko Moltke had hem kort en beleefd gegroet, maar van een verdrag had hy niet willen hooren. Men moest hem voor eens en voor al met dergelijke dingen van zyn lijf blijven, hij was veldheer van koning Waldemar en wist wat h\j zijn heer en diens tegenstanders verschuldigd was.

Nu kwam het er op aan een duchtig getal troepen te debarkeeren ter insluiting van de vesting en dit kon het best gebeuren overdag in een kleine baai, een beetje Noordwaarts van Helsingboig, onder het geschut der oorlogsschepen, Die baai was ook een gunstige ankerplaats voor de Hanze-vaartuigen en lag buiten bereik van de werpmachines der vesting. Den volgenden nacht reeds rukten de Hanzeaten te land tegen Helsingborg op en begon het pionierswerk. Lange loopgraven werden gegraven en ter beschutting der manschappen afgedekt met allerhande vlechtwerk van wilgenhout en takkebossen, hier en daar werden groote en diepere holen gegraven, waarin grootere afdeelingen konden worden ondergebracht en die een aaiden trap hadden om uitvallen te kunnen doen. In een anderen nacht weer werden onder het opzicht van den blijdenmeester stevige aarden wallen opgeworpen, waarachter de werpmachines konden worden opgesteld. De Deensche bevelhebber scheen zich om het gescharrel der Hanzen geen lor te bekommeren, heel kalmpjes keek de bezetting der stad van torens en tinnen naar dien mollenarbeid, zoodat Johann Wittenborg de een of andere streek, misschien een uitval of iets dergelijks vreesde en dag en nacht streng wacht liet houden. Maar zijn vrees werd niet bewaarheid. Vicko Moltke meende, dat hij rustig zijn tijd kon afwachten — wat zouden ze voorloopig ook