is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog toe goed het gewicht der steenen doorstonden. Pekkransen, klompen brandend werk vlogen vonkenspreidend van den muur, kokende olie stroomde in massa naar beneden. Trots alle onverschrokkenheid kwam er een zekere verwarring onder de Duitsche scharen. Ze moesten zich dekken tegen de neervallende steenen en tegelijkertijd er op bedacht wezen de zwaar bedreigde machines te behoeden voor in brand raken. De pekkransen werden met zwaard en piek op den grond getrokken; op eenige plekken der machines die smeulden, werd met schoppen, waar geen gebrek aan was, aarde gegooid. Maar dat was slechts verdediging — geen vooruitkomen!

Een van degenen die zich het duchtigst weerden was Lambert Hadewart, wiens buitengewone gespierde gestalte overal werd gezien, steeds daar waar de nood aan den man was. Zijn oude, getrouwe beschermer Wizlaw had zijn handen vol om zijn taak te verrichten en al zijn streven daar op te richten, dat zijn onstuimigheid en moed zijn jongen meester niet al te ongelukkig zouden bekomen.

Juist is die bezig om een brandende klomp werk, die vast gekleefd zit op een balk van een kat, met een paar houwen van zijn zwaard weg te hakken; daarbij heeft hij een weinig den van boven dreigenden vijand vergeten, het schild dat hem moet dekken zit een beetje op zij geschoven. Wizlaw, vlak aan zijn zij, bemerkt dadelijk die onachtzaamheid, kijkt naar boven — hola! juist op het rechte moment! Een zware steen wordt door een Deen neergesmeten op Lambert, die door zijn lengte en optreden den vijand bizonder is opgevallen. — De oude heeft nog net den tijd zijn eigen schild met gestrekten arm boven hoofd en schouders van zijn meester te houden - daar ploft de steen neer, kaatst van het half schuin gehouden schild terug op den houder — en — het volgend oogenblik ligt de oude bewusteloos, tenminste verdoofd en versuft aan Lambert's voeten. Deze heeft slechts een lichte kwetsuur, bekomen door het schild dat op hem drukte; ze hindert hem niet eens bij zijn werk; dadelijk overziet hij de positie, hoe hij zelf is gered door Wizlaw en hoe die dappere kerel den steen, die hem, Lambert, dood en verderf had moeten brengen, tegen het lijf had gekregen. Trouw om trouw! Een goede dienaar verdient een goeden heer.

Daar Wizlaw, hoe hij ook toegeschreeuwd wordt, geen teeken van leven geeft, bezint Lambert zich geen oogenblik. Hij weet wat hij kan vergen van zijn ijzersterke spieren. Met de rechterhand houdt hij het schild hoog, zoodat hoofd, schouder en nek er onder verdwijnen