is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuw en mooi, donkergrijs, — stil — alleen het wiegelen van het schip scheen van leven en beweging te getuigen — het kalme geweldige ademen van een sluimerend reuzenlijf.

De Lübecksche man is anders geen droomer, maar hier begint hij haast met open oogen te droomen — van thuis, van Bergen en de

Lofoden, misschien van Wisby en Femarn Daar — wat is

daar in 't Noorden ? Goed dat zijn oogleden niet heelemaal zijn dichtgevallen! Een signaalvuur vlamt op. Ei, ei, de zee kan toch niet branden! — Weer een en nog een derde! Heel achterop den horizon meent Lambert bij het lichtschijnsel een zeil gezien te hebben. Zoo goed als onwillekeurig draait hij zich om, naar links, naar de stad. — Kijk! ook daar stijgen boven in de in den nacht schemerende tinnen drie precies dezelfde vuren ten hemel. Maar dan blijft alles stil, donker — donkerder dan te voren. Lambert gaat naar Wizlaw Rolof op het voordek, die had dezelfde lichten gezien en nog een paar werkende matrozen ook. Geen mensch twijfelt er aan of de Denenkoning gaf berichten aan de stad Helsingborg. Is dat lang van te voren afgesproken? Nadert heer Anderdag nu om de vloot der Hanze aan te vallen ? Zal Yicko Moltke een uitval doen ? — — Dadelijk laat Lambert een sloep strijken en met Wizlaw Rolof laat hij zich van de Gouden Ram roeien naar de Schorpioen om Johann Wittenborg mede te deelen wat ze gezien hebben. Die had met de zijnen ook alles gezien en al een bevel naar het kamp gezonden, dat de wachten verdubbeld moesten worden en de manschappen later en slechts gewapend ter ruste mochten gaan. Ook aan al de schepen werd bericht gestuurd, voor het geval dat deze of gene die vuursignalen niet gemerkt had. Alles is zoo goed het kan voorzien; Lambert keert gedeeltelijk gerustgesteld terug naar de Gouden Ram, slaapt dien nacht 'n schijntje en verwondert er zich na een onrustige sluimering van een paar uur over, dat er heelemaal niets gebeurd is.

Toen den volgenden morgen de scheepskok den morgendronk, bestaande uit warm bier, had uitgedeeld aan de bemanning van de Gouden Ram, legde een boot aan de scheepstrap aan; Wittenborg, die zich tot dat vroege bezoek had opgemaakt, begeleid door twee soldaten en roeiers, wenkte Lambert hem aan wal te volgen. Spoedig stonden de twee op het strand en de burgemeester zei: „We zullen eerst eens door het kamp loopen, ik wou Heinrich van Holstein me een uur laten vervangen en hem zeggen dat hij de stad scherp in 't oog moet houden. Niettegenstaande die signalen van gisteravond is