is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,Daar kunt u u 't gemakkelijkst in vergissen, peet; ik wou dat ik broeder Hilarius hier had, die weet nog beter bescheid dan barbier en heelmeester."

,Ieder op zijn plaats, maar kaalkoppen in een kamp, neen!"

„Denk niet zoo minachtend over broeder Hilarius, ik heb ondervonden dat hij trouw is en kundig."

.Genoeg, Lambert, daar geen woordentwist over! Ik voel me heelemaal verlicht, sinds ik jou dien warreldroom heb verteld; dat zocht ik en 'kheb het gevonden. Voor de rest geen woord erover! Ze mogen Wittenborg niet voor een droomer houden."

„Dat spreekt van zelf, peet," besloot Lambert.

Juist wilden ze omkeeren en teruggaan, toen hun oogen tegelijk op het Noordwesten werden gericht even voor den horizon; ze ontdekten een zeil. De afstand was echter te groot om den koers van het vaartuig te kunnen vaststellen. Beiden waren 't dadelijk eens dat dit waarschynlijk het vaartuig was, dat gisterenavond de seinen had gegeven. Nu erg opmerkzaam geworden nam Lambert met valkenblik de kust der zee op. Daar — een paar honderd pas van zee af, achter een kleine landtong, niet grooter dan een paar vierkante meter, schommelde iets heen en weer — 't kon best een kleine boot wezen. Snel ijlden de Lübeckers op het ding af en jawel ze hadden gelijk gehad. Het vaartuig, dat aan twee, hoogstens drie personen, plaats bood, lag zonder eenige levende ziel aan het strand aan een paal'vastgemaakt met een touw; de heele inhoud bestond uit twee riemen.

„Die is niet van onze vloot," zei Wittenborg, „'k ken wel niet elk stuk hout, maar dat geloof ik zeker — wat zou dat ding hier moeten zoeken, hoe zou 't hier zoo komen zonder iemand? "Wat ik je zeg, Lambert, dat houdt verband met het zeilschip en de signaalvuren, al weet ik op het oogenblik nog niet hoe dat precies in elkaar zit. In alle geval, ik zal dadelijk rondvragen bij de kogge- en schuitenschippers, of ze soms een boot missen; 'n paar matrozen moeten deze halen. — Laten we maar terug gaan!"

Voor ze weder binnen den belegeringsgordel waren, hoorden ze in de verte een verward veelstemmig geschreeuw opgaan, dat naar de richting te oordeelen, kwam uit de gang, welke het dichtst bij de vesting was gelegen. Ze versnelden hun schreden en bij de tenten gekomen, hoorden ze de oorzaak van al dat lawaai, van graaf Heinrich, die ter plaatse zooveel hij kon, alles had onderzocht.