is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer meester en zegt tot de omstanders: „Ik neem het opperbevel over, mijn vriend Wittenborg is gebroken. Hoe 't morgen zal zijn, mag God weten. Hebt u een vertrouwbaren man, heer Hadewart, die den bewustelooze naar het strand of aan boord kan brengen? U zelf kan ik hier niet missen."

„Ortwin Hyddo moet zich over hem ontfermen; die dienst past goed voor den oude."

„Goed! En nu heeren, hoort mijn weinige bevelen kort en bondig, want we moeten ons lijf en leven verdedigen! Tot den laatsten droppel bloed — dan is halve redding nog wel mogelijk; de manschappen die vandaag met mij voor de vesting hebben gelegen zijn, in weerwil van den eersten uitval, het minst vermoeid. Ze hebben niet gemarcheerd en trekken daarom onder mijn aanvoering op tegen den gelanden Deenschen koning. Ik denk hem op te houden en te dwingen weer aan boord van zijn koggen te gaan. Allen, die op de schepen zijn geweest en hierheen zijn gekomen onder Wittenborg's aanvoering, zullen vechten tegen de uitvallende Denen, hier bij Helsingborg. Gij Hummelsbüttel en Hadewart blijft bij hen, ik geef u den ridder von Bornen nog tot bijstand. Ziezoo heeren! En nu voorwaarts! Anderdag en Moltke wachten op ons."

Het bevel van den Holsteiner, dat een algeheele wisseling van de stellingen der Hanzeatische zee- en landtroepen noodig maakte, kon gelukkig nog zonder groote moeilijkheden worden uitgevoerd, daar ook de Helsingborgers eenigen tijd noodig hadden, om hun strijdmachten uit de poorten te ontwikkelen en daar voor in slagorde te scharen. Graaf Heinrich trok den koning, die onderwijl met een sterken troep was geland, tegemoet. Gesteund door den ouden Ortwin Hyddo en een boogschutter, een Lübeckschen brouwgezel, volgde Wittenborg, die onderdehand weer was bijgekomen, langzaam, de snel verdwijnenden. Wel kwam den voormaligen hoofdman, toen hij den aan zijn zorg toevertrouwden zoo hulpeloos en der vertwijfeling nabij, naar het strand bracht, door den zin, hoe deze eens, als gestrenge burgemeester, hem om een klein verzuim uit zijn ambt ontslagen had, maar hij verbande die gedachten, want zijn hart bloedde om den ongelukkige. Zonder een woord te zeggen gingen de drie huns weegs, misschien ging in Wittenborg's hoofd wel hetzelfde om als in dat van Hyddo.

— — De kamp om de vesting tusschen de muren van Helsingborg en de gedekte gangen en veldschansen der Duitschers begint. De