is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rust je het beste in je bed — maar ziek? — neen!" — hij schudde krachtig het hoofd, vertrok echter door de pijn zijn gezicht tamelijk, legde zijn hand tegen zijn achterhoofd en vervolgde: „Aha! Dus dat is 't? Nu — die schram zal niet lang duren."

„Dat dacht de heelmeester ook."

„Dan doe je hem onrecht als je hem voor stommer dan een ezel uitmaakt. Wat is er dan met me? — Dus gevangen! — Hm, wacht eens! — Juist, nu schemert me iets voor — ik streed met een langen Deen, een hopman of zoo iets, te oordeelen naar zijn sjerp, die hij over den schouder droeg — maar een duchtige vechtersbaas was hij — toen hoorde ik gekraak — en uit!"

„Kort en bondig bericht, heer! Helaas, ook erg juist. Alleen hebt u den slag niet gekregen van den lange, een neven- of achterman van hem trof u zoo gemeen met zijn strijdkolf; het ding moet met sterke ijzeren punten beslagen zijn geweest, net als een goedendag, want het achterstuk van uw helm was diep ingedrukt en vandaar uw verwonding. Helaas kon ik den slag niet pareeren, mijn bijl had ik geslingerd en mijn zwaard reikte zoo ver niet. 'k Hoop dat de onzen hem later hebben doodgeslagen. God vergelde 't dengeen, die hem naar de andere wereld heeft geholpen!"

.,Je hebt wel krachtige wenschen tegen mijn tegenstanders."

„Dat moet ook zoo, heer! Een krijgsman zonder een eerlijken haat is net een ongeslepen bijl. Haat en liefde — alles op de rechte plaats!"

„Hoe lang is 't dan al geleden, mijn goede, oude Wizlaw, dat we schouder aan schouder vochten? Hoeveel dagen of weken heb ik verknoeid?"

„Een heele poos, heer! Geteld heb ik de dagen niet," antwoordde Wizlaw voorzichtig, „we zullen van nu af aan beter oppassen."

„Zeg me voor alles, hoe 't buiten staat met onze mannen; met de Hanze in 't algemeen? Met de Denen! Hoe ziet het er uit in de wereld?"

„Die vraag is lastig te beantwoorden, meneer Lambert. Uit ons venstertje kan je land noch zee zien, alleen een torenmuur en gevangeniswanden. En onze bewaker — de duivel moge den vent roosteren op 'n groot vuur— houdt zijn mond, al praat ik als een advocaat, zoo dicht als een pot; dat kan alleen maar een Deen. De brokjes, die hij zoo nu en dan uitstoot, kan je alleen met heel veel voorzichtigheid genieten, want hij liegt zeker, en ik vertrouw hem nog niet