is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en leerlingen vierden dat heugelijke feit thuis, want het paste niet dat ze zelf op zoo'n dag aan de meesterstafel zaten. Daar behoorden heel andere menschen te zitten zooals de gildemeester Erich Bodener van de kuipers, die altijd graag den kleinen snijder plaagde en met hem redetwistte, elk jaar minstens vijftig maal ruzie met hem maakte, maar zich ook telkens weer verzoende, de wapensmid Gericke, de leerlooier Hart en meer meesters. Kurzrock was niet alleen opgeruimd, hy was echt opgewonden, want hij had thuis met vrouw en kind al aardig gefuifd.

„Op den goeden, ouden tijd, meester Kurzrock!" zette Erich Bodener in. „Als je vandaag in een bootje op de Trave was gaan varen en eens over boord had gekeken, zou je een heel ander beeld in den waterspiegel gezien hebben, dan een vijfentwintig jaar geleden. Je vrouw moet nu een grysschimmel voor lief nemen."

„In eere alle twee grijs geworden, vriend Bodener, in alle eer! Wat die goede oude tijd aangaat? - Hm! Hm! — Ja, als je 'm vergelijkt met dit jaar heb je gelijk; maar een jaar of vyf geleden, och, je hoeft niet eens zoover terug te gaan, voor drie jaar was 't nog zoo, stond het met Lübeck toch heel wat beter gesteld, dan voor vijfentwintig jaar! We zijn goddank, met den t«d vooruit gekomen. Als ik nog denk aan mijn proefstuk, aan mijn mooien mantel, van Vlaamsch blauw laken — ik mocht noch den kraag, noch de mouwen met bont afzetten, en het ding was maar half gekleed. Nu mag je met een permissiebriefje van den deken en met behulp van den meester bontwerker zoo'n stuk aan den man brengen. Vooruitgang, zeg ik."

Wapensmid Gericke was een andere meening toegedaan en sprak die ook onverholen uit: ,Zoo'n vooruitgang kan mjj afgestolen worden. Goede scheiding mag ik, geen mengelmoes Bij ons wilden ze een jaar of tien geleden op het geschreeuw van een paar roemzuchtige meesters de heele rataplan in een pot gooien: aanvals- en verdedigingswapens. Op het allernaaste nippertje hebben we 't nog kunnen verhinderen. Een dolk is geen helm, en een zwaard is geen maliënkolder; als iemand alles en nog wat wil leeren, leert hij nooit iets goed. Beter als je weinig weet, als je 'tdan ook maar goed weet!"

„Goed zoo, vriend Gericke!" viel Hart, de leerlooier hem by, „hoe kan een zeemtouwer weten, hoe hij een ossehuid goed moet looien?"

„In één ding hebben jullie ongelijk, of je denkt er niet aan," begon Kurzrock weder strijdlustig, zoo ganw gaf hij het niet op, .waarom