is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij mij er over komt spreken. Want ik zou je zoo graag tot een beetje voorzichtigheid vermanen — een waarschuwing, die m'n broederhart me ingeeft en die geen kwaad kan bij jou driftigheid van natuur."

„Bedankt voor je goeden wil, Hartwig! Wees voor mij maar niet bang! Ik ben als getuige gedagvaard en zal bij God Almachtig tot op een letter de vragen van de rechtbank waarachtig en zonder eenige achterhoudendheid beantwoorden, strikt overeenkomstig de waarheid. Veel nieuws zullen de rechters niet te hooren krijgen, denk ik, want sinds ik terug ben uit Helsingborg heb ik om den dood geen blad voor mijn mond genomen. Op het vonnis heb ik geen invloed, maar mijn eerlijke meening denk ik aan den man te brengen, of het den wijzen heeren in hun kraam te pas komt of niet."

„Juist om het laatste wou ik je nog eens mijn meening uiteenzetten. Je weet, dat het er voor Johann Wittenborg slecht voor staat; er spreekt te weinig, en spreken te weinig stemmen ten gunste van hem. Ik zelf houd op 't oogenblik nog van je peet en acht hem, om dat ik naar hetgeen jij me hebt verteld en ik onvoorwaardelijk geloof, hem en zijn plannen als eerlijk beschouw, al is er dan ook allerlei onheil gebeurd, 'k Heb me gemakkelijk uit de rechtbank kunnen houden, mijn enkele stem zou hem toch niet gebaat hebben. Maar niet uit lafheid heb ik een zetel in de rechtbank geweigerd, maar om een andere reden, die je later zult billijken. Zijn lot ligt in de handen der raadsheeren, de geleerde rechter-voorzitter is ten slotte maar een pop met een enkele stem. Zooals ik de zaken in zie, is Johann Wittenborg een verloren man; wel hebben Rostock en Wismar een woord ten zijnen gunste gesproken, maar zoo lauw en in zulke gedraaide zinnen, dat 't alle schijn heeft, dat de heeren raden alleen hun geweten hebben willen sussen."

„Mooie kerels! 'k Ben benieuwd naar de onze!"

„Niet zoo bitter, Lambert. Allen zitten erg in den nood, Lübeck het ergste. Je kunt zelf goed beoordeelen hoe 't hier geschapen staat."

„Ja, die geschiedenis van gisteravond spreekt beter dan tien raadsvergaderingen."

,IJdel klagen en smaden geeft niets, wij kooplui moeten rekenen, rekenen met de omstandigheden, Lambert! Johann Wittenborg is, je zult het zelf moeten toegeven, misschien door een goed gemeend, maar een te kras optreden, er de schuld van, dat hij door de burgerij zeer gehaat is; al waren alle leden voor hem, wat niet het geval is,