is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Helsingborg, in de geschiedenis, die te zijnen laste wordt gelegd, het meest in zijn nabijheid zijt geweest. Voor uw verklaring — ik moet u dat als een rechtsformaliteit zeggen — moet ik u als peetekind van Johann Wittenborg, vermanen de waarheid en niets dan de waarheid te zeggen of anders vrijmoedig te verklaren dat u weigert getuigenis af te leggen."

„Ik zal de waarheid spreken en beëedigen," zei Lambert, en legde dan de bij den wet voorgeschreven eed af.

„Gaan we dan maar dadelijk in het hart van de u bekende zaak, meneer Hadewart," begon de doctor weer. „Hoewel de daadzaken tamelijk vast staan, ook voor het grootste gedeelte erkend zijn dooiden beklaagde, mag geen getuige worden overgeslagen, opdat het recht zijn vollen loop hebbe. Graaf Heinrich van Holstein en ridder Lars von Hummelsbüttel hebben geweigerd aan onze dagvaarding gevolg te geven en tegen hen bezitten we geen dwangmiddelen, ü echter is een zoon van de glorierijke rijks- en Hanzestad Lübeck, is een roemrijk krijgsman —"

„Wat ik u verzoeken mag, heer doctor, laat dat moois allemaal," viel Lambert hem in de rede, „'tis me nu allesbehalve krijgshaftig en roemrijk te moe."

„Zoo stel ik u dan de eerste vraag. Is naar uw meening, Johann Wittenborg, de toenmalige aanvoerder der Hanze, toen de eerste bestorming van Helsingborg, welke dadelijk na aankomst van het leger plaats had, lichtvaardig te werk gegaan? Is hem het verlies van zoovele Hanzeaten, vooral Lübeckers ten laste te leggen?"

„Neen, neen en nogeens neen! De opperbevelhebber heeft een behoorlijken krijgsraad gehouden en zijn plan ontwikkeld, niemand heeft zich er tegen verklaard. Wittenborg kon er evenmin als iemand anders wat aan doen, dat de muren van Helsingborg ongewoon dik zijn en dat Yicko Moltke een uitstekend, voorzichtig veldheer is."

„Afgehandeld dus! In de eerste helft van den ongelukkigen Julislag van het vorige jaar heeft Johann Wiltenborg, naar geloofwaardige verklaringen, zijn volle plicht gedaan als aanvoerder van de vloot en het leger der Hanze. Toen koning Waldemar daarbij schijnbaar op de vlucht ging, liet hij zich verleiden de vloot te ontblooten van manschappen, waardoor de tweede aanval der Denen zoo vol beteekenis was. U en ridder Hummelsbüttel moet hem gewaarschuwd hebben en tot omzichtigheid aangemaand. Is dat zoo?"

„Ja!"