is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hij sloeg die waarschuwing in den wind en liet de ge wapenden landen?"

„Ja!"

„Kunt u ons zeggen, waarom?"

„'t Geschiedde zeker met de beste bedoelingen. Wittenborg wilde gebruik maken van Vicko Moltke's gelijktijdigen uitval en den Denen een geduchten klap toebrengen. Met de heele macht zou dat natuurlijk beter en waarschijnlijker gaan. Als het plan gelukt was, zou hij voor goed beroemd zijn geweest. De fout blijft bestaan, dat is zoo, maar ook anders valt een voorzichtig man wel eens in een strik — en koning Anderdag geldt voor een handig strikkenzetter."

„U zoudt intusschen anders gehandeld hebben?"

„Zeker. Anders had ik niet gewaarschuwd, 'tls immers door het gevolg bewezen, dat Hummelsbüttel en ik gelijk hadden. Dus voor mijn part een onvoorzichtigheid! Maar in den oorlog is moeilijk een grens te trekken waar de voorzichtigheid ophoudt en de waaghalzerij begint. Een werkelijke schuld is maar erg moeilijk en zelden te vinden en ik ben de laatste om op een moedige een steen te werpen."

„Nu komen we tot het kardinale punt!" zei de doctor na zijn keel eens een paar keer geschraapt te hebben." Toen de halve vloot dooiden vijand genomen was en de tweede uitval van Vicko Moltke volgde, moet graaf Heinrich van Holstein den beklaagde waar u bij stond, gevraagd hebben, wat er gedaan moest worden. En de aanvoerder — hij erkent dit zelf — heeft geantwoord: „Ik weet het niet, laat ieder doen, wat hij wil." Is dat zoo?"

Een korte loodzware pauze volgde op de vraag, aller oogen waren gezicht op Lambert, die diep adem haalde, de pen van den gerechtsschrijver rustte zelfs uit, men zou een zandkorreltje in den zandlooper hebben kunnen hooren vallen. Eindelijk kwam van de lippen van den getuige vast en klaar het antwoord: „Ja! zoo zullen de woorden ongeveer hebben geluid, de beteekenis was zeker zoo."

„Beschouwde u niet dadelijk met de anderen, beschouwt u nog heden niet deze woorden als een ernstig plichtsverzuim?"

„Ook daarop antwoord ik, ja! Doch met de toevoeging datJohann Wittenborg op dat veelbeteekenende oogenblik, op z'n plat Duitsch gezegd, absoluut het hoofd verloren had. Daarmee zeg ik niets verontschuldigends of verbloemends — want zooiets mag niet eens een soldaat, laat staan dus een veldheer overkomen. Als verzach-