is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

avond verwacht. Alleen dat de oude Yeit de deur van zijn cel niet heeft opengesloten, komt hem een beetje vreemd en wonderlijk voor. Hij heeft geen tyd om er over na te denken, want Lambert zegt gejaagd: „Op, peetoom! Al de rest later! We moeten weg!" Daarby legt hij met vlugge hand den mantel, dien Wittenborg moet omslaan op de tafel en gaat voort: „De oude Veit maft, geheel verdoofd door een slaapmiddel, hij ligt te snorken in zijn kamertje, de weg is vry, bij de Holsteinpoort achter het boschje wacht Rolof ons met twee' paarden — morgen vinden ze hier een leeg nest."

„Ja — waarom dan, m'n jongenP" vraagt de gevangene verbaasd. „Uw vonnis is geveld."

„Ik weet het, het is me medegedeeld."

"0°m Johann! Beschouw dat maar niet als een ijdele schrikaanjagerij ' 'tls bloedige ernst! Tevergeefs heb ik in den voltalligen Raad mijn woorden verspild, uw leven is verbeurd, aan genade valt niet te denken — geweld kunnen we niet gebruiken — blijft alleen list en haastige vlucht — alle maatregelen zijn genomen — nog eens ga mee!" '

„Beste, medelijdende, dappere jongen !"

„Niet geaarzeld! Voor de rest hebben we later wel tijd!"

„Kalm Lambert! Ditmaal willen we weer niet de verkeerde wereld spelen, zooals toen voor Helsingborg, toen jou jonge kop verstandiger bleek te zijn dan mijn grijze. God moge je je liefde en trouw duizendvoudig vergelden. Je schenkt me er een heerlijk mooi uur door! — maar — ik blijf!"

„Oom Johann!" roept Lambert en als verlamd laat hij de armen vallen, „wilt u dan volstrekt sterven?"

„Ja, m'n lieve zoon, daartoe ben ik besloten. Ga kalm bij me zitten, hoor me aan en je zult ten slotte mijn laatsten wil billijken. Kijk eens! ik sta al met m'n eenen voet in het graf, heb zooeven

met een verbrijzeld hart afscheid genomen van vrouw en kind,

straks betreffende hen een verzoek aan je. — Het moeilijkste is nu doorstaan. Nu kom jij. Je bent een dappere kerel, trouw tot in den dood, maar waar wil je mij toe overhalen, Lambert. Ik, een oude, afgeleefde, verloren man, zal om een paar ijdele, me toch nuttelooze jaren, als 't nog zoo lang duurt, laten gebeuren, dat een frisch bloeiend menschenkind alles opoffert wat hem tot dusver het dierbaarste was ? Je zoudt voor eeuwig uit je vaderstad gebannen worden als ik je volgde, zoudt zijn de plant, die uit den grond is gerukt, welke haar

17