is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevallen burgers; toen dat achter den rug was, hield niets haar meer in Lübeck terug. In dien tijd was het de gewoonte dat de vrouwen evenals de mannen, een lange reis te paard aflegden. Lambert bezorgde de aan zijn zorg bevolen dames twee erg tamme dieren en met een bezwaard gemoed vingen de drie de reis naar Stralsund aan. Zoolang nog een tipje van den torens van Lübeck te zien was, zei geen van hen een woord, daarna brak Lambert het stilzwijgen om de ongelukkigen zoo veel hij vermocht over de vervelende uren heen te helpen en hun de sombere gedachten een beetje uit het hoofd te houden. Van de door Wittenborg zelf verijdelde poging tot ontvluchting repte hij voorloopig geen woord — waarom nieuwe wonden te maken door zulke herinneringen ? — maar de groeten, de afscheidsgroeten bracht hij over en nog eens over en roemde de dappere berusting, een held en Christen waardig.

Bijna uitsluitend alleen pratend, kwam hij op het verleden, betere tijden en wist daar handig over uit te weiden en bij te blijven. Wat gingen zijn herinneringen ver terug! Reeds als jongen van een jaar of zes, toen hij zijn eerste fluweelen buisje droeg, dat hij op den dag dat Barbara gedoopt werd, zich een bedorven maag had gegeten en zijn goede moeder hem toen als straf een dag had laten vasten. Toen ging 't opeens een flink stuk verder met die kleine levensbeelden. Hij, Lambert, was al een flink opgeschoten, wilde jongen toen de kleine Barbara met haar moeder op den Meierhof aan de Trave kwam om een bezoek te brengen: hij ging toen met haar in den tuin en plukte de mooiste vruchten voor haar; ook was er in dien tuin een schommel, tusschen twee lindeboomen opgehangen, en ze schommelden dat 't een aard had; en het roeibootje op de Trave, die langs den tuin liep, een volwassene kon 't niet beter behandelen dan de toenmalige schooljongen. Alleen — de moeders mochten 't niet van te voren weten als de twee het water op wilden; als 't gebeurd was, och dan kregen ze gauw vergiffenis.

Zoo trachtte Lambert de Wittenborg's een beetje op te monteren en de twee vrouwen begrepen zijn trouwhartige pogingen, en waren hem er ook hartelijk dankbaar voor wat ze hem ook zeiden bij aankomst in Stralsund. Toen de treurenden veilig onderdak waren gebracht bij de familie en hun helper en beschermer haar wilde verlaten, deelde mevrouw Wittenborg hem mede dat ze zelf in het klooster van St. Anna en St. Bregitta zou gaan, en dat Barbara met haars moeders toestemming doch uit eigen beweging eveneens den sluier