is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

u nog niet. Dat bestaat uit een fijn zwart poeder, dat wij donderkruit noemen. Als 't aangestoken wordt — hoei! wat bliksemt en kraakt 't dan! Wat worden dan de steenen, looden kogels en ijzeren bouten uit de loop geslingerd!"

„Lars Hummelbüttel wist er niet veel van. Wordt dat zwarte wonderkruit ook hier in Neurenberg gemaakt ? Misschien wel door u zelf!"

„Om den drommel niet! Kruit en smid verdragen elkaar bedroefd slecht. In heel Neurenberg is geen kruitmakerij te vinden. Wij krijgen het uit Augsburg, waar 't erg geheimzinnig gemaakt wordt in een goed verzekerd huis en toren. En toch komt 't kruit oorspronkelijk uit Neurenberg. Mijn grootvader en vader—hun ziel is bij God — beweerden 't stokstijf, voor iemand aan de vuurroeren dacht. Een Franciscaner monnik — of hij Schwarz geheeten heeft of pas later naar het kruit zoo is genoemd, laten we maar in 't midden — vond het toevallig toen hij als alchimist den steen der wijzen bij elkaar wou smelten in de kroes. Er wordt beweerd dat hij zwavel, salpeter, kwikzilver en olie dooreenmengde en dat dit mengsel onverwacht met 'n knal ontplofte, in zijn gezicht sprong en hem dood op den grond gooide, 'k Heb een vogeltje het liedje hooren fluiten dat dat kruit ook aan den Rijn wordt gemaakt, dat de Rijnlanders ons Neurenbergers de gelukkige uitvindig afhandig willen maken; in Mainz en in Keulen moet de Franciscaner Schwarz ook bezig zijn geweest. — In alle geval, ik blijf bij wat ik geloof. Nu zullen we maar eens uitscheiden over die wapens en dat uitstellen tot op de weide der Duitsche heeren. Nu — tot dusver is u me altijd ontglipt, m'n waarde gast, laat me nu ook eens wat hooren, van u en uw stad. Al weet u niet zelf uw krijgsdaden te prijzen, vertel me dan tenminste waarom u op reis is en waarheen. Is u ditmaal zuiver als koopman hier gekomen ?"

Een donkere schaduw vloog over Lamberts gezicht voor hij langzaam antwoordde: „Neen! De terechtstelling van onzen burgemeester, van myn vaderlijken vriend die ik als onrecht beschouw, heeft me uit mijn vaderstad verdreven. U hebt er wel van gehoord —"

„Ja ja. Vergeef me wanneer ik zonder het te willen een oude wond heb opengehaald. — Ja — te scherp maakt dikwijls geschaard — niets meer daarvan. Hoe hebt u 't gehad van de Trave tot hier?"

„Goed, meneer Pochler! Op de Elbe was weinig afwisseling, het Thüringer wald ben ik doorgetrokken met een Augustijner monnik uit Erfurt, wien ik veel dank verschuldigd ben."