is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Is de Rennsteig en zijn woud u bevallen?"

„Dat zou ik zoo zeggen. Aan beukenbosschen hebben wij bij ons en in Holstein waarachtig geen gebrek, maar in den Rennsteig zijn de stammen veel zwaarder, jammer dat 'tloof zoo herfstachtig dun was. In 't voorjaar zal *t er wel prachtig wezen."

„En waar ligt het doel van uw reisP"

„Aan den overkant van de Alpen, meneer Pochler. Ik zou graag komen tot aan de Middellandsche zee."

„Ei, Ei, dan zult u uw manier van kuieren een beetje moeten veranderen en u moeten aansluiten bij een grooten troep. De Alpen zijn andere bergen dan het Thüringerwald."

„Dat meende mijn reisgezel, broeder Anselmus ook. 'k Hoop hem weer te ontmoeten aan den voet van den St. Gothardberg; hij heeft Italië al een keer bezocht."

„Dan heeft hij u ten beste geraden; u zult dan echter niet veel tijd hebben om hier bij ons stil te zitten, de naherfst is er zoo. Maar de weide van de Duitsche heeren moet u toch meemaken. Morgen moet u Schonhovers geleide door onze stad voor lief nemen, want er is veel te doen in de smederij. Voor vandaag mag ik u niet langer uit- en afvragen, want den pelgrim komt rust toe; zeg maar aan de meid, die u naar uw kamer zal brengen, of u daar iets veranderd wilt hebben en leef wel tot morgen!"

Je zoudt nooit beter gids door de Pegnitzstad hebben kunnen vinden dan meester Schonhover, die den volgenden dag met Lambert door de straten wandelde, met Hans Dreiling een paar pas achter hen. De beroemde beeldhouwer wist in de St. Lorenzo en Sebaldus even goed den weg als in zijn Lieve Vrouwekerk en op de markt en ook tot den Brugberg met den onpeilbaar diepen put had hij toegang. Sedert de gesprekken van gisteren met de beide meesters, scheen de krijgsman weer ontwaakt in Lambert, maar al te gemakkelijk toefden zijn gedachten bü de donderbussen, zoodat hij niet de noodige volle aandacht schonk aan de schoone werken der kunst. Hij wenschte dat het al de dag van de proefneming was. Hans Dreiling vond nu juist niet veel bizonders aan de heerlijke bouwwerken, al vermaakten ook hem de bonte vensters van Lorenzo, hij had den dom van Naumburg gezien en die was even groot; daar richtte zijn heele oordeel zich naar. Daarentegen verwierf het fraaie en rijk versierde portaal der Lieve Vrouwenkerk zijn onverdeelden bijval. Tusschen de levensgroote figuren in zandsteen herkende hij dadelijk het beeld