is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

af dachten de vorstelijke gebroeders en hun hof het schouwspel gade te slaan en expres was een raam van het paleis vergroot tot deur, dat de heeren en dames gemakkelijk in en uit konden gaan. Het begon tegen den winter te loopen en daarom lag er kostbaar bont op zetels en banken. Naast dat sierlijke gedoetje was een planken schavotje opgeslagen voor een muziekkapel, welke in hoofdzaak bestond uit tuba- en hoornblazers.

De pas gemaakte deur van het paleis ging open en naar buiten traden de vorsten Bernabo en Galeazzo, gevolgd door vele dames en heeren van hun hofhouding; ze namen hun plaatsen in. Eerlijk gezegd liet het de Duitschers erg koud of de menigte op de markt hen al met luid gejuich en hoerageschreeuw verwelkomde. En nog minder beviel hun de weinig etiquetteuse en ongegeneerde manier waarop de personen daarboven zich gedroegen. Want de heeren schertsten en dreven allerlei kortswijl met de dames, zooals je uit hun gebaren kon opmerken, en de dames lachten vroolijk en sloegen met haar waaiers. — En toch zou een menschenkind zijn oordeel ondergaan en zijn schuld met zijn dood boeten. — Spoedig werd de misdadiger, het slachtoffer, ten tooneele gevoerd.

Als een vastenavondpotsenmaker was hij toegetakeld; borst en rug, bovenarmen en dijen waren dicht met stroo omwikkeld; op 't hoofd drroeg hij een spitse papieren narrenkap, rood van kleur.

De oogen op den grond gericht wankelde Jocopo Bussolari naar den brandstapel.

Voor Lambert Hadewart was die man een vreemde en toch sneed 't hem door zijn ziel, toen de menigte haar spotternijen en venijnigheden den armen drommel naar het hoofd wierp en al haar gal en smadelijke verachting uitbraakte tegen den veroordeelde. Geen mensch die 't haar verhinderde, 't Kwam hem nog onwaardiger voor dan daar net het gekheidmaken van het hof. Je kon om zoo te zeggen al de scheldwoorden aflezen van de lippen en de gezichten; wat Lambert, die met het Italiaansch slecht overweg kon, niet verstond, kon hij zich gemakkelijk laten vertalen door broeder Anselmus.

„Piano, piano, Jocopo! ola, wat loopt hij langzaam ! wij kunnen best wachten en bevriezen, denkt hij: ze hebben hem zoo warm in stroo gepakt om 'm op 't laatste nippertje nog geen kou te laten vatten, zoodat de arme man zou moeten hoesten en niezen!"

„Mai, Mai! Brrrr! Ik geloof dat dat stroo moet dienen om beter vuur te vatten en beter te branden. Droog en dor is hij anders al