is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en een anderen partner opzoeken. En in den uitersten nood kan het ook nu en dan geen kwaad als goede vrienden elkaar met gesloten vizier bij gelegenheid eens te lijf gaan."

„Accoord, heer hertog! Eigenlijk is 't gemakkelijk uit te rekenen dat 't zooals nu niet altijd, niet lang meer kan blijven. De Hanze gaat achteruit bij de onzekerheid, welke er is gebleven, in weerwil van den wapenstilstand.

„Koning Waldemar klaagt er niet over, hij schijnt er zich goed bij te bevinden."

„Waar is heer Anderdag tegenwoordig? U duidt me mijn vrije vraag niet als onbescheiden, ze hangt samen met de andere, welke me op de tong ligt en uw reis betreft, heer hertog."

„Vraag maar gerust en ik zal graag antwoorden, voor zoover ik kan. Trouwens waar de Deensche koning op het oogenblik zich ophoudt, kan ik u niet vertellen. Brieven schrijven we elkaar niet dan als 't erg, erg noodig is en 't is al een tamelijk tijdje geleden dat we afscheid van elkaar namen. Waar zal hij zijn ? Bij keizer Karei, bij den Hongaarschen of den Franschen koning, in alle geval aan een hof waar hij probeert om een bondgenootschap te sluiten of zooiets. In hertog Erichs oogen is dat evenwel een erg vervelende handel en daarom heb ik in alle vrede 'm eenvoudig gesmeerd. Bij een Denenhof te Kopenhagen kan ik 't nog uithouden, daar kennen ze mij en mijn manier van doen en laten ze mij begaan. Aan de andere hoven moet ik allerlei ceremoniën in acht nemen, allerlei gescharrel — dank je. Dan heb ik 't hier heel wat aangenamer, zelfs al heb ik nu en dan eens ruzie met signor Angelo. Al te erg wordt die nooit en zijn Chianti is onovertreffelijk."

„U is, naar ze zeggen, vroeger met koning Waldemar in het Heilige Land geweest?"

„Waarom niet? Die bedevaart is me beter bevallen dan al dat geduiveljaag aan een hof. Geen al te sombere heen- en weerreis — 't Ging best."

„Als u toen met den koning is meegegaan, neem 't me niet kwalijk, waarom hebt u 'm dan nu alleen gelaten ?"

„Alle drommels, meneer! Ben ik soms een slaaf?" stoof de hertog op, maar bedaarde meteen weer: „bekommer u er maar niet om als ik eens een keer driftig opvlieg ? Dat zit zoo in m'n aard en is niet boos gemeend. Neen! Waldemar weet ook te goed dat ik niet deug bij zijn onderhandelingen. Er zitten twee natuuren in hem — hm -