is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

of een — zoo'n kattenatuur, die streelen en krabben kan. Toch mag ik hem graag, en weet zelf dikwijls niet eens goed wat me overkomt."

„Dat doet zijn roem, heer hertog, zijn koene durf, zijn doel."

Nadenkend schudde hertog Erich het hoofd, nam een grooten slok en antwoordde: Het laatste vast niet! Want — we praten nu eenmaal van de lever weg en ik heb het Waldemar zelf wel 'n keer of tien voorgehouden — hij brengt niet ten einde, wat hij zich voorneemt."

„Hoe bedoelt u dat?"

,,'t Is toch heel eenvoudig. Waldemar verstaat niet de kunst om vast te houden wat hij ten koste van zweet en bloed of door goed geluk verkregen heeft. Pro primo overkomt hem dat altijd met het geld. Wat heeft hij in Wisby geen buit gemaakt! Waar is 't gebleven ? In de vier winden! Verder met zijn adel en zijn volk. Hij speelt de eene partij uit tegen de andere, wint daardoor wel eens, maar zal 't ten slotte bij allemaal verspeeld hebben. En met de Hanze ? In plaats dat hij na het groote voordeel van Helsingborg een goeden, nuttigen vrede sluit zonder bijgedachten, wankelt hij heen en weer, tot de oorlog weer uitbarst. Dan is zijn Rijksraad misschien niet erg meegaand, geld mankeert hem altijd, want hij weet het drommels knaphandig uit te geven, en keizer Karei en geen enkele vorst van de heele Christenheid wil of kan hem helpen. Hij kan niet rekenen, daarin zou hij bij de Hanze in de leer kunnen gaan.

„Dat woord klinkt vreemd in uw mond", zei Lambert lachend, „vergeef me dat ik lach, heer hertog."

„Lach gerust uit! Ik neem 't u heelemaal niet kwalijk, want ik begrijp volkomen, wat u bedoelt. U meent, hoe kan hertog Erich, die er zoo vroolijk op los leeft en hier in Genua zelf op zwart zaad zit, spreken van geldverkwisting, hoe kan die Waldemar laken, als hij zelf zijn kleine Lauenburg aan zich zelf overlaat! Daarbij komt 't echter op het beoogde doel aan! Ik wil genieten van het leven, lustig in den krijg of anders door het land trekken, basta ! Als 't moet regeeren mijn Lauenburgers zich zelf wel. Wie een heerscher van de heele Baltische zee en haar kusten wil zijn of wil worden, die moet met zijn krachten te rade gaan! basta!

„Laten we dat gevraag naar den vorst aan de zee maar achterwege laten als u 't liever hebt, maar de Oostzee en de Noordzee zullen leven! Dat is een goede Duitsche spreuk aan de Ligurische zee."

„Ze zullen leven!"

En ze dronken hun bekers leeg tot op den bodem.

i'