is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vlaming uit Brugge voerde hen van daar naar Londen. In den Staalhof te Londen kon hij als Hanzeaat zich zoo goed als thuis gevoelen, want zomer noch winter ontbrak het daar aan landgenooten en de Lübeckers waren in die dagen even geëerd en geacht, en bezaten op den Staalhof ook dezelfde rechten, als de Keulenaars, die sinds eeuwen hier bizondere voorrechten genoten. Lambert en zijn reisgenooten kwamen te Londen op 't gunstigste oogenblik, dat ze maar konden uitpikken, Olrik Rasmus lag voor anker met een Lübecksche smak, welke voor de helft goederen der Hadewarts had geladen en op vaderlandsche planken legden ze de rest van de thuisreis af. Wat groetten de golven van het Skagerak, van het Kattegat hen, als oude vrienden! En toen kwam het booze Helsingborg — Kopenhagen — Travemünde — eindelijk Lübeck!

„Wees gegroet, vaderstad!" had Lambert halfluide geroepen, toen hij weer door de Holsteinpoort stapte en grinnekend hoorde de oude Wizlaw Rolof die woorden aan. Op de hartelijke begroeting met Hartwig moest toen volgen een afscheid van broeder Anselmus, die na den ongewonen dwaaltocht weer zoo gauw mogelijk naar zijn klooster terugkeerde. Hij had aangeboden Hans Dreiling met zich te nemen, maar de jongen bad op zijn knieën om hem niet te scheiden van zijn heer en gebieder Lambert. En deze bede had licht gehoor gevonden. Hans en de oude Wizlaw stonden reeds op reis op een zekeren voet van oorlog met elkaar, welke zijn oorsprong vond in jaloerschheid op Lambert's toegenegenheid, doch niet verhinderde, dat de twee, die zooveel met elkaar in leeftijd verschilden, elkaar in den grond heel graag mochten. Hans was vooral bizonder gauw geliefd in het huis Hadewart te Lübeck door Hartwig's familie, want niemand kon zooals hij spelen met den kleinen Martin, het zoontje van Hartwig, een kleuter van twee jaar. Wel was de Thüringer al lang een opgeschoten jongen, maar dat belette hem niet door allerlei grappen en kunsten, door het maken van allerlei fluitjes en speelgoed in een oogenblik de gunst van den kleinen heer te veroveren. Daar neven speelde bij zijn kort verblijf aan de Trave een tweede bezigheid van heel anderen aard de hoofdrol, een levenmakend werkje, dat hij meestal deed als zijn heer bij hem was. Meester Sebastiaan Pochler had op verzoek van Lambert eenige donderbussen en ook een stuk of wat kleine zakpistolen, die je gemakkelijk in je gordel kon dragen, naar Lübeck gestuurd; op den Hadewarthof aan den Traveoever was een schietstand gebouwd met een paar schijven en